Friday, 3 April 2015

Uitstapje Breda




Afgelopen woensdag zijn Eva en ik op pad gegaan naar Breda, om daar over ons project te spreken met onderwijskundige Paul Bloemen, dr. René Moelker en iemand met uitzendervaring. De naam van de laatste persoon zal in verband met veiligheidsredenen niet worden genoemd, maar is uiteraard wel bij ons bekend.

Doelgroep
De persoon met uitzendervaring heeft de indruk dat enerzijds ouderen niet veel op het internet te vinden zijn en weinig gebruik maken van sociale media, maar dat dit wel een opkomend fenomeen is. Hij vertelde dat zijn moeder de vorige dag zeventig was geworden en dat zij bijvoorbeeld ook gebruik maakt van Facebook. Tegelijkertijd blijf je zien dat acceptgiro’s het goed blijven doen bij ouderen. Ouderen reageren beter op papieren middelen en je mag papier om die reden dan ook niet vergeten. Je ziet dat ze vaak best bereid zijn om online informatie op te zoeken, maar als het gaat om het doneren zien ze toch liever een acceptgiro, omdat ze daar vertrouwder mee zijn. Hulp voor Helden is dan ook bezig om zowel hieraan rekenschap te blijven geven, alsook jongere generaties aan te trekken en te stimuleren om bij te dragen in de vorm van donaties. 

Ook met René Moelker hebben wij gesproken over onze doelgroep en de mogelijk problematische aspecten van zo’n brede doelgroep als degene die wij willen aanspreken, die zoveel verschillende generaties omspant. Erg interessant, omdat hij door zijn onderzoek onder andere over het thuisfront best veel weet. Het belang van het benaderen van mensen op de militair heen werd door hem nogmaals benadrukt. Bij andere goede doelen zie je namelijk ook dat het vaak vrienden en familie van iemand zijn met een bepaalde aandoening of ziekte die doneren, niet die mensen zelf, want die zitten er midden in.
"Defensie zit altijd een beetje op twee benen wat betreft nieuwe media. Enerzijds zien ze dat het een handig communicatiemiddel is en wordt het ook belangrijk gevonden om met de tijd mee te gaan, maar tegelijkertijd speelt de operationele veiligheid natuurlijk ook een erg belangrijke rol. Het gaat erom dat mensen bewust zijn van wat het medium doet en dat zij daar verstandig mee om gaan."

Strategie
De persoon met uitzendervaring benadrukte het belang van het aansluiten bij Defensie-thema’s. Een voorbeeld hiervan is de campagne “je moet het maar kunnen.” Dat sluit erg goed aan in de eigen kringen. Vóór deze campagne was het ieder voor zich. De marine had toen een eigen campagne, de luchtmacht, enzovoorts. Nu is er één campagne vanuit Defensie als geheel. Dat blijft hangen en spreekt aan. Misschien behoort het tot de mogelijkheden dat wij ook iets in een dergelijke richting doen.

René Moelker moest bij het horen van onze beschrijving van het project direct denken aan het gebruiken van wat offline media, zoals het tijdschrift Checkpoint. Dat is een tijdschrift voor veteranen, met een groot bestand aan abonnees (zo'n 140.000 mensen, waaronder ook nog actief dienende veteranen). Aan dit tijdschrift zitten daarnaast ook een aantal websites vast. Daarmee sla je dus eigenlijk twee vliegen in één klap. De heer Moelker noemde daarnaast als voorbeeld van hoe het publicitair kan gaan Stichting Veteranenhond. Zij hanteerden oude en nieuwe media en zochten een patroon die daaraan verbonden kon worden. Bij hen was dat een belangrijk persoon binnen Defensie, die dan ook met de hond op de foto ging. Ons project zal volgens de heer Moelker zeker kunnen rekenen op de sympathie-factor en is daarom ook kansrijk.
"Het is een goed idee, met twee dagboekjes, een voor de militair en een voor thuis. Als je dat goed speelt, dan kan het momentum krijgen en dan kan je daaraan bijdragen." 
Het verhaal van de veteranenhond is een goed voorbeeld van hoe zoiets is gegaan. Om die reden zouden we dan ook kunnen vragen aan de mensen van Stichting Veteranenhond hoe zij het hebben aangepakt. Hun bekendheid is in twee jaar tijd enorm gegroeid. 
Daarnaast kwam ter sprake dat je oude media niet mag onderschatten. Nieuwe media zijn natuurlijk gemakkelijker, omdat je zelf iets kan opzetten, maar het zou ook fijn zijn als we iets met oude media kunnen doen. René Moelker gaf aan dat hij ons wel met een aantal mensen in contact zou kunnen brengen wat betreft media.  
De heer Moelker typeerde ons project als “action-research.” Hij wou ons graag helpen met het wetenschappelijke gehalte van ons project en heeft om die reden wat literatuur meegegeven die wij kunnen gebruiken. Er is veel literatuur, maar je moet ook weten waar je moet zoeken. Een kernbegrip daarin is het concept van de 'gulzige institutie'. De boekjes vormen daarin een brug, tussen uitgezonden militair en thuisfront. Er volgt nog een specifieke blog, waarin dat nader wordt uitgewerkt.

Eigen ervaring persoon met uitzendervaring
De persoon met uitzendervaring ziet de dagboekjes als een trigger. Het ontvangen van zo'n setje triggert je om te schrijven, “oh ja, dat is misschien wel handig”. Het is ook iets wat militair en thuisfront "samen" kunnen doen, doordat beiden een dagboekje ontvangen. Allicht helpt dit het schrijven te stimuleren. De mate waarin dit gebeurt is wel afhankelijk van de faciliteiten die al aanwezig zijn in het kamp waar je je bevindt. Wanneer alles er al is en je gebruik kunt maken van je laptop of iPad, dan kun je ook digitaal een dagboek bijhouden en dat bijvoorbeeld mooi aankleden met foto’s. Dan is die noodzaak tot schrijven met pen en papier minder aanwezig. Daar staat wel tegenover dat het uitdelen van dagboekjes het gebruik ervan veel toegankelijker maakt dan wanneer zelf dagboeken moeten worden aangeschaft.
"Als je ze aan honderd mensen uitdeelt, gebruikt misschien de helft ze maar. Die 50 man is echter nog een boel meer dan wanneer ze niet uitgedeeld zouden worden."
Het gaat om het besef. Voor het thuisfront is het ook een soort ‘missie,’ en misschien is het voor hen nog wel zwaarder. Het tempo op de missie zelf ligt namelijk erg hoog, je bent continu bezig. Voor het thuisfront geldt dit niet. Daarvoor geldt dat diegene opeens alleen achterblijft, of alleen met de kinderen, zonder dat continue bezig zijn en dat is erg zwaar. Als je terugkomt moet je je dat ook beseffen. Degene die achterblijft moet weer wennen aan degene die thuiskomt, vaak meer dan andersom. De eerste paar weken van de uitzending ben je eigenlijk nog gewend aan degene die er niet meer is, en bij terugkomst is het opnieuw wennen, omdat je dan juist gewend bent alles in je eentje te doen. 

Op de missie gaat altijd een zorgteam mee en vaak heb je ook een buddy met wie je veel optrekt. In de eigen ervaring van de persoon met uitzendervaring was de buddy ook erg belangrijk. Zij konden met elkaar van gedachten wisselen, ook over het gemis van thuis. Voor mensen die individueel op missie gaan in een internationale omgeving is dat al veel moeilijker; je hebt niet de steun die je als Nederlandse eenheid hebt en daarnaast heb je ook nog eens te maken met een taalbarrière. Defensie zorgt er echter wel voor dat er dan iemand achterblijft die ‘buddy’ is van de uitgezonden militair. Deze persoon neemt regelmatig contact op met de militair op missie, houdt dan de geestelijke gesteldheid in de gaten van degene die op uitzending is en vraagt er regelmatig naar hoe het gaat. Tevens is hij of zij contactpersoon voor het thuisfront. Wanneer je als groep Nederlanders uitgezonden bent kan je veel meer je verhaal kwijt bij collega's, want je zit dichter bij elkaar. Er wordt erg goed gelet op de geestelijke gezondheid van de mensen die meegaan op de missie en als het echt mis dreigt te gaan worden mensen soms ook terug naar huis gestuurd. Dat zijn natuurlijk uitzonderingssituaties, maar het gebeurt wel. 

Op uitzending vindt bovendien wekelijks een overleg met het zorgteam plaats. Veel zaken zijn natuurlijk beroepsvertrouwelijk. Zo mag een arts niet zomaar alles vertellen en heeft een geestelijke ook biechtgeheim, maar het is wel een manier om in de gaten te houden hoe het met iedereen die op missie is gaat. Zo kunnen de lijnen kort worden gehouden en kan er snel gehandeld worden wanneer dat nodig is.

In de loop der jaren is de hele thuisfrontorganisatie is ook steeds meer geprofessionaliseerd. Er zijn steeds meer vrijwilligers bij betrokken geraakt. Tegelijkertijd is het natuurlijk ook heel raar dat dergelijke organisaties die draaien op vrijwilligers nodig zijn. Defensie steunt het thuisfront wel, maar helaas zijn er binnen defensie simpelweg de mensen niet voor. Het drijft op vrijwilligers. Veel thuisfrontorganisaties worden gerund door partners van uitgezonden militairen of veteranen en die zijn erg enthousiast natuurlijk. Pluspunt daarvan is dat die mensen toch meer feeling met elkaar hebben omdat ze de situatie kennen en begrijpen.
Enthousiasme
We zijn erg blij met het enthousiasme waarmee we zijn begroet. Dat motiveert ons enorm om verder te gaan met dit project en er echt iets moois van te maken! Zo stelde René Moelker bijvoorbeeld voor om ons project misschien te gaan gebruiken als case bij een vak dat hij in het najaar geeft, Krijgsmacht en Media. Misschien is het zelfs een idee om zijn studenten verder te laten gaan met ons project. Met dergelijk enthousiasme zijn we natuurlijk erg blij, ook als het plan om ons project als case te gebruiken uiteindelijk toch niet mogelijk zou blijken te zijn. Het is erg mooi om met een dergelijk enthousiasme benaderd te worden en dat waarderen we dan ook enorm.

Thursday, 2 April 2015

Mediastrategie

Na een doelgroepanalyse te hebben gemaakt en te hebben verkend hoe onze doelgroep eruit ziet en hoe zij gebruik maken van (sociale) media, vonden wij het ook van belang om ons te verdiepen in mediastrategieën. Wat werkt en wat niet? In de wereld van de sociale media zijn de mogelijkheden nagenoeg eindeloos en daarom is het van belang om te werk te gaan met een helder vooropgezet plan.

Sociale media
Sociale media worden wereldwijd een steeds belangrijkere manier waarop mensen onderling contact
hebben. Daarom is het ook voor ons project van belang hiervan gebruik te maken. De waarde van sociale media voor goede doelen, waar ons project uiteindelijk ook toe behoort, ligt niet in het verwerven van fondsen, maar in het genereren van bekendheid (van Leeuwen, z.j.). Daarnaast zorgen sociale media er ook voor dat non-profit organisaties, zoals ons goede doel, op een effectievere manier kunnen communiceren met zowel cliënten als vrijwilligers en het publiek in het algemeen. Door het plaatsen van strategisch uitgekozen content kunnen non-profit organisaties onder andere betekenisvolle relaties aangaan en het vertrouwen in de organisatie bij het publiek vergroten (Lovejoy & Saxton, z.j.). Hier moet echter wel de kritische noot bij geplaatst worden dat volgens Huybs (z.d.) de gebruiker tegenwoordig bepaalt wat hij of zij tot zich neemt online. Je kunt iemand niet dwingen om de informatie die jij aanbiedt tot zich te nemen. Om dat te bereiken is het belangrijk om de uses & gratifications theory in acht te nemen en iets aan te bieden dat aansluit bij de behoeften van degenen die we willen bereiken (Grant, 2005).

Zoals ook al te lezen was in de blog over de verschillende doelgroepen vinden veel gebruikers van sociale media het tegenwoordig prettig om informatie te verzamelen via meerdere kanalen, daartoe gebruiken zij dan ook meerdere sociale media. Om die reden is het van belang om zo volledig mogelijk op social media aanwezig te zijn. Niet alleen een Facebook-pagina, maar ook Twitter, bijvoorbeeld. Daarbij zijn er een aantal zaken die we in acht zouden kunnen nemen, die op Ber-art.nl in een infographic uiteen zijn gezet. (Hiernaast een kleine versie; op de site staat een groter en beter leesbaar formaat.) Zo wordt er in de infographic onder andere gesteld dat het gebruiken van social media een investering van tijd en energie vereist: er zijn geen shortcuts. Daarnaast is het van belang dat de kwaliteit van je bijdragen hoog ligt. Je kunt wel een hoge productie hebben, maar als de kwaliteit daarvan dubieus is, dan bereik je niet wat je wilt bereiken: namelijk dat je opvalt binnen de grote hoeveelheid aan informatie die te vinden is op het internet. Ook is het van belang om flexibel te zijn en om te kunnen gaan met veranderingen en trends die zich voordoen op het gebied van social media (21 Rules For Effective Social Media Marketing Strategies, an infographic, z.j.).

Een belangrijke trend binnen het online aspect van goede doelen en doneren is dat er tegenwoordig een behoefte blijkt te zijn ontstaan om goede doelen ook op andere manieren dan met geld te steunen. Hier zijn twee oorzaken aan verbonden: allereerst steunen Nederlanders graag goede doelen, dus als dit financieel niet mogelijk is, dan op een andere manier. Ten tweede is uit de doelgroepanalyse gebleken dat de generaties y en z graag een verschil willen maken in de maatschappij, zij willen iets bijdragen en daarvoor gewaardeerd worden. Dit zijn dingen die bijvoorbeeld bevredigd kunnen worden door vrijwilligerswerk. Om die reden is het belangrijk om meerdere vormen van doneren aan te bieden. Te denken valt dus ook aan likes en shares op Facebook en Twitter, waardoor mensen toch het gevoel krijgen betrokken te zijn bij het project. Dit zorgt er ook voor dat we een band opbouwen met onze achterban.
Een tweede belangrijk aspect is groepsdruk. We doen namelijk niet graag onder voor anderen en dat maakt ons gevoelig voor groepsdruk. Mensen tot generaties y en z behoren hebben daarnaast behoefte om hun goede daden openlijk te laten zien en te delen met anderen. Dit hangt samen met hun hang naar erkenning voor wat zij doen aan goeds. Wij willen hierop inspelen door ons persbericht met bijbehorende aansprekende prompt te verspreiden op een aantal thuisfront-blogs die een grote groep lezers hebben. Door deze groep mensen aan te sporen het bericht te liken en te delen zal er een gevoel onder hen ontstaan van “niet onder willen doen voor een ander,” en “mee te willen doen met de rest,” wat ten goede zal komen aan het zoveel mogelijk verspreiden en geluid geven aan onze actie. (van Leeuwen, z.j.)

Uit onderzoek is gebleken dat Twitter voornamelijk gebruikt kan worden door non-profit organisaties als een tool om allereerst informatie mee te verspreiden. Je kunt dan denken aan berichten over waar de organisatie voor staat en waar ze op dat moment mee bezig zijn. Ten tweede kan Twitter gebruikt worden om een 'community' mee op te bouwen. Dit gebeurt door het plaatsen van tweets die interactie uitlokken, bijvoorbeeld tweets waarin een discussie wordt opgeworpen, of waarin een bepaalde persoon bedankt wordt. Als laatste kan Twitter worden gebruikt om acties van volgers mee uit te lokken, bijvoorbeeld donaties. De kern van deze laatste functie bestaat uit promotie en mobilisatie. Deze laatste functie is misschien wel het meest concreet, omdat Twitter dan wordt gebruikt op een manier die volgers vraagt iets te doen voor de organisaties. Dat is iets wat duidelijk naar voren komt in de aard van de berichten die daartoe worden geplaatst (Lovejoy & Saxton, z.j.).

Facebook kan daarnaast op een heel andere manier gebruikt worden: namelijk als een manier om de voorkeuren en interesses van gebruikers in kaart te brengen. Wat iemand doet op Facebook verschijnt in de 'news feed' en iedereen met wie diegene bevriend is kan dat vervolgens bekijken. Daar hangt dan weer wel de keerzijde aan vast dat de informatie die op Facebook geplaatst wordt door een gebruiker niet per se correct hoeft te zijn en overeen komt met waar diegene ook daadwerkelijk, in de niet-virtuele wereld, in geïnteresseerd is. Informatie is maakbaar. Facebook communities zijn het meest nuttig voor marketeers, omdat zij via zo'n community pagina inzicht kunnen krijgen in de interesses van potentiële klanten. Zo'n pagina kan verschillende vormen aannemen, waaronder de 'business/fan page'. Dit zijn pagina's van bedrijven of van bekende personen. Mensen die een dergelijke pagina geliked hebben ontvangen updates wanneer er nieuwe informatie op de pagina is geplaatst en kunnen op deze manier het bedrijf of de persoon volgen in de activiteiten die ontplooid worden. Via Facebook kun je goed werken aan het vormen van een community, zoals ook via Twitter mogelijk is. Je kunt contacten leggen met erg veel mensen, veel meer dan je via traditionele wegen zou kunnen bereiken (Ramsaran-Fowdar & Fowdar, z.j.).

Papieren media
Uit de doelgroepanalyse bleek ook dat oudere groepen binnen de maatschappij, de stille generatie en de babyboomers, nog steeds goed reageren op papieren middelen. Dit kwam eveneens naar voren in ons gesprek met Jos Brouwer, die aangaf dat de acceptgiro nog altijd veel reactie teweegbrengt bij oudere mensen. Zij voelen zich dan verplicht die acceptgiro in te vullen. Om die reden vinden wij het belangrijk om ook papieren media in onze strategie te betrekken. Te denken valt dan aan kranten of tijdschriften die aansluiten bij onze doelgroep. De aansluiting met onze doelgroep is een belangrijk punt. Je kunt namelijk wel een stukje laten schrijven in een landelijke krant, maar hoeveel mensen worden er dan bereikt die werkelijk feeling hebben met dit goede doel? Wanneer je de mediakeuze meer toespitst, kom je direct bij de juiste mensen binnen. Daarom hebben wij onder andere contact opgenomen met de bladen Checkpoint en GV Present, die zich richten op veteranen en actief dienende militairen. De bladen worden aan huis bezorgd en zo bereiken we ook hiermee het thuisfront.

Bronvermelding
21 Rules For Effective Social Media Marketing Strategies, an infographic. (z.j.). Opgehaald van ber-art.nl: http://hosting.ber-art.nl/marketing-strategies/
Grant, I. C. (2005). Young people's relationships with Online Marketing: an intrusion too far? Journal of Marketing Management, 607-623. 
Huybs, B. (z.j.). Digitale Marketing Strategie. Opgehaald van uhdspace.uhasselt.be: https://uhdspace.uhasselt.be/dspace/bitstream/1942/1887/1/huybs.pdf 
Van Leeuwen, A. (z.j.). Non-profit online. Opgehaald van Blackboard: https://edubb.uvt.nl/bbcswebdav/pid-1197050-dt-content-rid-3446175_1/courses/820134-2014-2015/Non-Profit-Online-v1.pdf
Lovejoy, K., & Saxton, G. D. (z.j.). Information, Community, and Action: How Nonprofit Organizations Use Social Media. Opgehaald van arxiv.org/: http://arxiv.org/ftp/arxiv/papers/1204/1204.3230.pdf 
Ramsaran-Fowdar, R. R., & Fowdar, S. (z.j.). The Implications of Facebook Marketing for Organizations . Opgehaald van cmr-journal.org: http://www.cmr-journal.org/article/download/9710/pdf_1

Tuesday, 31 March 2015

Voortgang in concepten

Opnieuw een blog over onze voortgang. Het is wat lastiger om daar nu meerdere concrete punten in aan te wijzen. Vooral de creatieve breinen draaien overuren nu. Des te meer aangezien Pieter binnenkort een tijdje uit de running is vanwege een reis naar Lissabon. We zijn wel jaloers hoor! Het betekent echter wel dat hij een uitstapje van dit project mist, waar Margaret en Eva wèl bij kunnen zijn. Het betreft een afspraak met een aantal aan Defensie gerelateerde mensen in Breda. De precieze invulling blijft nog even een verrassing, wacht daarvoor de volgende blog af! In ieder geval zullen we met deze mensen verder ingaan op onze doelgroep, hoe die te bereiken en natuurlijk wat hun gedachten zoal zijn over onze 'prompt'.

De prompt is onze media-uiting voor de Kick Off, waarover we het eerder al hadden. Deze noemen we zo omdat mensen hierdoor gewezen moeten worden op (het belang van) onze actie, om vervolgens gestimuleerd te worden de actie te steunen. Ter voorbereiding van onze afspraak morgen hebben we een verzameling beelden en ondersteunende teksten gevormd om voor te kunnen leggen en zelf ook verder na te denken over welke combinatie(s) het beste zou(den) kunnen werken. De voornaamste vorm waarmee me nu spelen is een soort reclameposter: een afbeelding met slechts een klein beetje tekst (liefst een relevant citaat van militair/thuisfront) ter ondersteuning. Een voordeel van deze opzet is dat het overzichtelijk is en dat het snel bekeken kan worden. 'Alles lezen duurt te lang' is dus geen reden meer om af te haken. Het is echter wel weer lastiger om in een enkele afbeelding en een paar woorden direct duidelijk te maken waarover het gaat en ook nog interesse te wekken bij mensen. De overgang van de prompt zien, naar het bezoeken van onze blog/facebook/twitter, naar uiteindelijk doneren, is niet zo makkelijk zeker te stellen. Mogelijk maken we verschillende 'posters' als prompt, in een soort serie met dezelfde opmaak, maar waarbij elke poster een ander aspect van ons doel vertoont. Het moge duidelijk zijn dat we hier nog niet volledig over uit zijn, maar met een groeiend aantal concepten komen we wel steeds dichterbij.

Een van onze eerste concepten

Tijdens het schrijven van de doelgroepanalyse merkte Margaret dat we onze mediastrategie nog best wel wat specifieker zouden kunnen formuleren, zeker nu we gerichter aan onze Kick Off werken. In plaats van de eerdere blog over onze strategie aan te passen, zal zij daarom een nieuwe blog schrijven over de specifiekere mediastrategie. Voor onszelf is het ook wel interessant om eens te kijken naar de verschillen tussen het origineel (toch weer bijna twee maanden geleden) en hoe we er nu tegenaan kijken. Aanwezige veranderingen kunnen we meenemen in onze reflectie op het project achteraf. Misschien had het ook heel anders gekund, of zijn we begonnen met andere ideeën dan waarmee we nu werken. Dat verslag komt echter pas na het afronden van de cursus, dus nog even geduld hebben!

Sunday, 29 March 2015

Doelgroepanalyse

"Cruciaal dat je weet wie waarover waarom met jou zou wíllen praten" (Bugter, 2008).
Donderdag 19 maart zijn we als groep in gesprek gegaan met Jos Brouwer, manager fondsenwerving en PR bij Hulp voor Helden. Voor een volledig verslag daarvan verwijs ik graag naar onze blog daarover. Een van de dingen die we toen hebben besproken is de doelgroep van Hulp voor Helden. Welke mensen willen zij benaderen? Van welke mensen verwachten zij dat ze bereid zijn om te doneren? Dat leidde tot een erg interessant gesprek, op basis waarvan wij als groep een doelgroepanalyse hebben gemaakt.

Uses & Gratifications Theory
De uses & gratifications theory is van belang bij het begrijpen van het gebruik van communicatie via verschillende typen informatiekanalen, waaronder sociale media. Deze theorie kent vier algemene aannames. Allereerst wordt een publiek (of doelgroep) binnen deze theorie voorgesteld als actief. Een publiek bestaat namelijk uit mensen die actief proberen hun doel te bereiken, ze zijn goal-oriented. Een tweede kenmerk is dat het initiatief bij het individu ligt. De persoon kiest zelf welk medium gebruikt zal worden om zijn of haar behoeften tegemoet te komen. Een derde aanname van deze theorie is dat media de strijd aangaan met andere middelen om bevrediging van de individuele doelen van de gebruiker te bewerkstelligen. Als laatste wordt in deze theorie gesteld dat de aard van de 'gratifications' erg uiteen loopt, van entertainment tot informatievoorziening. Dit is allemaal afhankelijk van de individuele gebruiker (Grant, 2005). Vertaald naar ons project kunnen we op basis van deze theorie stellen dat het van belang is om van meerdere media gebruik te maken, omdat verschillende gebruikers op een verschillende manier invulling zullen geven aan het tegemoet komen van hun individuele behoeftes.

De doelgroep
Binnen de cirkel van geïnteresseerden bevinden de militairen zich in het midden. Zij doneren echter zelden tot nooit, omdat zij zich immers al dagelijks inzetten voor Defensie. Om deze mensen heen ligt het thuisfront, wat bestaat uit vrienden, familie, de kennissenkring. Deze mensen zijn eerder geneigd om te doneren om hun dierbaren bij Defensie hiermee te helpen, en het zijn dan ook deze mensen waarop gefocust moet worden.
Naast deze groep is er nog een andere interessante groep, namelijk ouderen. Deze mensen hebben een groter besef van wat er in het verleden gebeurd is; hoe in het verleden de dienstplicht bijvoorbeeld werkte. Veel van deze mensen hebben dat van dichtbij meegemaakt en daarom zullen zij eerder voeling hebben met het goede voel en bereid zijn om te doneren. Een nadeel dat verbonden is aan de groep ouderen is echter dat zij Hulp voor Helden vooral kennen onder de oude naam, stichting KPPR. Deze laatste naam is echter juist weer onbekend bij de jongere generaties. Hulp voor Helden is bij ouderen dus onbekend, maar is als naam wel pakkender en duidelijker, waardoor juist deze naam wellicht beter werkt bij het willen bereiken van een jongere generatie.

Generaties en trends
Binnen de huidige maatschappij kunnen verschillende generaties onderscheiden worden, elk met eigen mediagedrag. Om te kunnen bepalen welk mediagebruik effectief kan werken is het dus van belang om te weten tot welke generatie(s) de beoogde doelgroep behoort en wat de daarbij behorende trens zijn.

Op dit moment zijn er vijf generaties aanwezig in onze maatschappij:
1. De stille generatie (mensen die geboren zijn vóór 1945). Deze mensen reageren het beste op post. De online aanwezigheid komt op de tweede plaats. Daarnaast geven deze mensen vaak grote bedragen en zijn deze mensen trouw aan het goede doel.
2. Babyboomers (geboren tussen 1945 - 1964). Ook deze mensen reageren goed op post, maar naast post wordt e-mail gezien als een gelijkwaardig communicatiemiddel, waar door deze mensen goed op wordt gereageerd. Babyboomers geven vaak aan meerdere doelen en doen dit deels uit schuldgevoel.
3. Generatie X (geboren tussen 1965 - 1980). Mensen uit deze generatie reageren goed op doneren wanneer daar een product of dient tegenover staat. Ook groepsdruk werkt. Bij dit laatste kan je denken aan het glazen huis bijvoorbeeld. "Als iedereen doneert, dan zal ik het ook maar doen." Over het algemeen geven mensen uit deze doelgroep grote bedragen.
4. Generatie Y (geboren tussen 1981 - 1991). Deze mensen vinden hun informatie bij verschillende bronnen en doneren over het algemeen aan allerlei verschillende goede doelen. Daarnaast vinden mensen uit deze doelgroep het belangrijk om niet alleen geld te doneren, maar ook tijd en diensten. Ook zij reageren goed op groepsdruk en willen bovendien erkenning krijgen voor wat ze doen.
5. Generatie Z (geboren tussen 1991 - 2000). Generatie Z overlapt grotendeels met generatie Y, met als toevoeging dat zij zichzelf ook zien als wereldverbeteraar.

Al deze doelgroepen maken gebruik van internet, maar doen dit ieder op hun eigen manier. Het is daarom ook zaak goed aan te sluiten bij de doelgroep die je voor ogen hebt (van Leeuwen, z.j.).

Wat van Leeuwen echter mist is dat de generatie waartoe iemand behoort niet allesbepalend hoeft te zijn. Zeker in de huidige samenleving, waar de computer en het internet een steeds belangrijkere plaats lijken te gaan innemen lijkt het voor de hand te liggen dat ook de oudere generaties hier steeds beter hun weg in zullen weten te gaan vinden. Je kunt mensen ook indelen aan de hand van het gedrag omtrent internet en sociale media dat ze vertonen. Je krijgt dan een volgende indeling:

1. Loyalisten. Dit zijn mensen die het meest voelen om een lange verbintenis aan te gaan met een bepaald merk (of hier: een bepaald goed doel). Het merendeel van deze netwerken maakt minimaal één keer per dag gebruik van sociale media en verreweg het grootste aandeel van deze mensen doet ook aanbevelingen aan vrienden.
2. Cheerleaders. Dit zijn consumenten die erg veel gebruik maken van sociale media en ver boven het Europese gemiddelde zitten qua verbruik per dag. Ze gebruiken hun smartphones onder andere om merken te volgen op social media en gaan uit van de informatie die ze over een bepaald merk op het internet en via sociale media vinden. Naast hun hoge gebruik van sociale media lezen ze ook van alle groepen het meeste geprinte media en kijken deze mensen veel televisie. Om hen te bereiken is een strategie die van meerdere media gebruik maakt dus het beste.
3. Opportunisten. Dit zijn mensen die niet erg actief zijn op sociale media en daar voornamelijk voor 'persoonlijk gewin' gebruik van maken. Je kunt daarbij denken aan leuke win-acties, of kortingen. Dit zijn mensen die erg prijsgevoelig zijn.
4. Outsiders. Dit zijn mensen die dan wel online zijn, maar eigenlijk alleen om persoonlijke redenen. Ze gebruiken sociale media niet om merken te volgen; daartoe gebruiken ze de websites van het merk zelf en een zoekmachine als Google (van Belkom, 2014).

Digitale marketingstrategieën
Uit onderzoek is gebleken dat traditionele manieren van adverteren amper nog wat opleveren. Adverteerders zijn dan ook meer en meer op zoek naar andere manieren om het publiek te bereiken met hun boodschap. De beslissing om iets aan te schaffen wordt hoofdzakelijk bepaald door mond-op-mond reclame. Veel mensen voelen zich daarbij ook overspoeld door een teveel aan reclame op televisie, waardoor zij een negatievere houding zijn gaan aannemen tegenover reclame
s (Huybs, z.d.). Je zou dit natuurlijk ook kunnen vertalen naar fondsenwerving voor een goed doel. Veel grote goede doelen, zoals Greenpeace en Amnesty International, maken veelvuldig gebruik van reclamespotjes. Dan zijn er nog de collectes die met enige regelmaat voorkomen. Ook bij het werven van fondsen voor goede doelen zou je dus kunnen veronderstellen dat er een bepaalde moeheid onder het publiek is opgetreden.

Bij digitale media horen ook nieuwe regels, waarvan de belangrijkste is dat de macht niet langer bij de aanbieder ligt, maar bij de gebruiker. De consument bepaalt namelijk zelf aan welke media hij of zij zichzelf blootstelt en welke informatie er dus binnenkomt. Je kunt iemand op het internet niet dwingen om ergens naar te kijken; die keuze ligt namelijk bij de consument zelf. Wat je echter tegen kunt komen is dat bedrijven niet goed weten hoe ze met deze nieuwe ontwikkelingen om moeten gaan. Ze moeten mee naar de nieuwe media, maar de kennis ontbreekt. Ook kan het voorkomen dat de verantwoordelijke medewerkers al wat ouders zijn en dus niet met het internet zijn opgegroeid, waardoor de mogelijkheden die het web biedt voor hen niet zo vanzelfsprekend zijn als voor de jongere generaties (Huybs, z.j.). Dit laatste komt ook terug bij Hulp voor Helden: zij zijn op het moment druk bezig met de overstap naar de nieuwe media, waardoor veel van de mogelijkheden die dit oplevert nog nieuw en onontdekt terrein voor hen is.

Analyse
Zoals is gebleken uit ons gebrek met Jos Brouwer, is de doelgroep die Hulp voor Helden wil bereiken erg breed en omvat zij meerdere generaties binnen de samenleving. Om die reden zullen wij dit dan ook moeten verwerken in onze mediastrategie, omdat niet alle media een even goed effect hebben op alle verschillende generaties. In de eerste plaats zijn er de ouderen, mensen die vanuit het verleden de dienstplicht meegemaakt hebben en om die reden sneller voeling zullen hebben bij dit goede doel. Dit zijn mensen uit ofwel de stille generatie, ofwel uit de generatie van de babyboomers. Deze twee generaties maken wel gebruik van internet, maar minder dan de generaties daarna. Daarom is het van belang om ook offline media te hanteren binnen onze mediastrategie, zodat we deze twee generaties niet vergeten. Voor Hulp voor Helden zijn deze mensen namelijk erg belangrijk, omdat zij de harde kern van het donateursbestand uitmaken.
Daarnaast zijn ze bij Hulp voor Helden ook bezig met de overstap naar digitale manieren om fondsen te werven. Wie zijn nu bij uitstek online aanwezig? Mensen uit de generaties X, Y en Z. Wanneer we kritisch kijken dan kunnen we stellen dat mensen uit generatie Z op dit moment nog een beetje buiten de gewenste doelgroep vallen, omdat deze generatie nog voornamelijk uit studenten en middelbare scholieren bestaat. Zij hebben doorgaans minder te besteden dan mensen die al begonnen zijn op de arbeidsmarkt. Bij de jongere generaties zullen wij ons dan ook voornamelijk richten op de generaties X en Y. Binnen deze generaties zullen wij ons vooral richten op het thuisfront van de militairen en niet de militairen zelf. Uit ons gesprek met Jos Brouwer bleek namelijk dat militairen zelden geneigd zijn om te doneren. We verwachten daarnaast dat de familie, vrienden, of kennissen van een militair voeling zullen hebben met het goede doel en daarom eerder geneigd zullen zijn om te doneren dan zomaar willekeurige mensen van de straat.

Betrekken we hierbij de informatie uit van Belkom (2014) dan kunnen we stellen dat een mediastrategie die zich op meerdere mediakanalen richt verreweg het meeste succes zal opleveren. Dit heeft ermee te maken dat veel mensen wel online zijn, maar niet iedereen sociale media ook gebruikt om een merk (of in ons geval een goed doel) te volgen en informatie daarover te verkrijgen. Dit bevestigt de waarde van bijvoorbeeld papieren media voor ons doel.

Bronvermelding
Bugter, B. (2008, 6 juni). Hoe raak je je doelgroep(en) nou écht? Geraadpleegd op http://www.frankwatching.com/archive/2008/06/06/hoe-raak-je-je-doelgroepen-nou-echt
Grant, I. C. (2005). Young people's relationships with Online Marketing: an intrusion too far? Journal of Marketing Management, 607-623. 
Huybs, B. (z.j.). Digitale Marketing Strategie. Opgehaald van uhdspace.uhasselt.be: https://uhdspace.uhasselt.be/dspace/bitstream/1942/1887/1/huybs.pdf
Van Belkom, R. (2014). Het merk voorbij. Handboek voor identiteit en imago. Bussum: Coutinho 
Van Leeuwen, A. (z.j.). Non-profit online. Opgehaald van Blackboard: https://edubb.uvt.nl/bbcswebdav/pid-1197050-dt-content-rid-3446175_1/courses/820134-2014-2015/Non-Profit-Online-v1.pdf

Tuesday, 24 March 2015

Doorwerken met drieën

Sinds ons gesprek met Jos Brouwer van Hulp voor Helden afgelopen donderdag, is er weer een boel gebeurd. Zoals gezegd zijn we nog maar met zijn drieën, nu Sophie aangegeven heeft te stoppen met Mediawijsheid. We zijn daarom doorlopend bezig onze werkverdeling aan te passen. De tijd tot de Kick Off wordt steeds korter, terwijl de 'to do list' zich alleen maar uit lijkt te breiden. Hard werken dus! Met name Pieter moet zich, na de eerste weken wat op de achtergrond te zijn gebleven, nu toch actiever gaan inzetten, want we hebben alle tijd nodig. De samenwerking verloopt gelukkig goed.

Onze voornaamste werkzaamheden focussen zich op dit moment op het opzetten van de Kick Off. We hebben onze ideeën uitgebreid besproken met de heer Brouwer, en hij heeft ons ook weer nieuwe ideeën meegegeven. Zijn voornaamste zorg lag bij de digitale kant van de Kick Off, omdat hij uit ervaring wist dat aandacht krijgen en vasthouden fysiek nu eenmaal vaak makkelijker gaat dan digitaal. We zijn echter wat beperkt in de mogelijkheden om fysiek actie te voeren, aangezien we zonder budget werken en onze doelgroep door het hele land verspreid zit in plaats van zich op één locatie te verzamelen. Het zou gaaf zijn om toch iets te kunnen organiseren, maar vooralsnog zijn we meer bezig met een digitale Kick Off. Het is erg fijn dat deze optie beschikbaar is, omdat de rest van ons project zich eigenlijk geheel online afspeelt. De Kick Off kunnen we hier mooi bij aan laten sluiten.

Met onze Kick Off willen we vooral het belang van de dagboekjes duidelijk maken, zodat mensen eerder geneigd zullen zijn een bijdrage te leveren. We willen het gevoel en de beleving van militair en thuisfront overbrengen. Hoe ervaren zij het dat ze iets meemaken, maar het niet mogen vertellen, of dat er iets gebeurt, maar ze moeten afwachten tot de ander contact opneemt voordat ze het kunnen vertellen? Op die manier kan veel belangrijke communicatie verloren gaan, waardoor aan beide kanten onbegrip kan ontstaan en wordt de fysieke afstand ook een emotionele afstand. We zijn druk op zoek naar een manier om dit beeldend te verwoorden. Door in een verzameling sterke beelden uit te drukken dat iemand sommige dingen niet direct kan/mag/wil verwoorden, tonen we het gat in de communicatie dat de dagboekjes kunnen opvangen. We spelen nog met verschillende (inhoudelijke) vormen voor deze media-uiting, zoals een filmpje, powerpoint, collage of strip. Dit hangt ook af van de bruikbare beelden die we kunnen vinden. Om alles bij elkaar te houden, hebben we een Pinterest account aangemaakt waarop alle groepsleden beelden, ontwerpen en ideeën kunnen plaatsen.

We hebben veel communicatie lopen met betrokkenen, waaronder thuisfronters, organisaties die zich ook bezighouden met militair/veteraan/thuisfront, en Defensie zelf. Die contacten gebruiken we voor verschillende doeleinden. Vanzelfsprekend voor het verzamelen van informatie over ons onderwerp, maar ook over de doelgroep die we proberen te bereiken en voor onze wetenschappelijke onderbouwing. Daarnaast hebben we via verschillende kanalen navraag gedaan over mogelijk bruikbaar beeldmateriaal, en zoeken we vast uit wie er bereid is om daadwerkelijk onze beelden en/of een persbericht te plaatsen. Leuk is dat we het soms ook andersom gaat, met thuisfronters of organisaties die bij het zien van onze actie uit zichzelf al hun hulp aanboden. De enthousiaste reacties van allerlei kanten maken dit tot een zeer bevredigend project.

Naast al dit werk aan onze Kick Off, zijn we natuurlijk ook nog met andere dingen bezig. Margaret werkt aan een uitgebreide doelgroepanalyse, er wordt een persbericht geschreven, contacten onderhouden, social media bijgehouden, nieuws gevolgd, de crowdfunding website wordt opgezet, allerlei bronnen worden doorgenomen en we kijken uit naar media die we nog niet gebruiken, maar die wel zouden kunnen helpen. Al met al genoeg te doen dus. Wij komen de tijd wel door.

Saturday, 21 March 2015

Afscheid

Na een tijdje afwezigheid en ziekte, hebben we zojuist gehoord dat Sophie wegens persoonlijke omstandigheden het vak Mediawijsheid niet zal vervolgen. Zij maakt daarom vanaf heden geen deel meer uit van onze projectgroep. Dit neemt niet weg dat ze tot nu toe wel invloed gehad heeft op ons proces, dus haar naam zal mogelijk af en toe nog wel voorbij komen, bijvoorbeeld bij terugblikken op onze voortgang. Voor het verdere verloop van onze actie doen we het echter met zijn drieën. We wensen Sophie alle succes met het oppakken van een nieuw keuzevak volgend collegejaar.


In overleg met het goede doel

Afgelopen donderdagmiddag hadden we een bijeenkomst op de universiteit met Jos Brouwer, manager fondsenwerving en PR bij Hulp voor Helden. Vanwege het grote enthousiasme bij de organisatie had hij aangeboden speciaal voor ons naar Tilburg te komen, zodat wij niet met z'n drieën (Sophie was helaas afwezig bij deze afspraak) naar Apeldoorn hoefden te reizen en op de universiteit een en ander konden voorbereiden.

Verleden tot heden
Na de kennismaking en het voorleggen van onze vragen, begon meneer Brouwer met uitleg over het ontstaan van Hulp voor Helden en hoe de situatie tegenwoordig veranderd is. Bij Hulp voor Helden hebben ze gemerkt dat er steeds meer actie nodig is om mensen tot doneren aan te zetten. Bovendien is het draagvlak voor Defensie van groot belang bij het aanslaan van deze acties. Op het moment is de situatie in de wereld zo, dat de noodzaak van Defensie weer duidelijker in beeld komt, waardoor Hulp voor Helden ook beter aansluit bij de samenleving. Desondanks moeten ze het nog steeds vooral van de 'oude' donateurs hebben. Deze doelgroep wil de organisatie graag behouden, en omdat zij waarschijnlijk niet volledig zouden meegaan met een overstap naar alleen nieuwe, digitale media, is Hulp voor Helden nu bezig met een transitie naar een duaal fondsenwervingsbeleid, waarbij zowel de jongere generaties aangesproken worden, als de oude donateurs behouden blijven.

Digitale transitie
Wij komen vooral kijken bij de inzet van nieuwe media. Het inzetten hiervan is voor de organisatie veel werk, dat een boel tijd en geld kost. (Ja, precies die dingen waar je juist altijd een tekort van lijkt te hebben.) Bovendien bestaat de organisatie uit mensen die veelal niet gewend zijn met nieuwe media om te gaan en de noodzakelijke expertise missen. De daadwerkelijke uitvoering van alle nieuwe media en veranderingen zal daarom stukje bij beetje gaan en nog wel even tijd nodig hebben. Doordat onze specifieke actie op een kleinere schaal plaatsvindt en met duidelijke begin- en eindtijden, kunnen wij wat doelgerichter werken. Hoewel we door onze beperkingen in tijd en geld eigenlijk minder mogelijkheden hebben dan de hele organisatie van Hulp voor Helden, dwingt dit ons tegelijkertijd tot het vinden van alternatieve oplossingen. Bovendien hebben wij de vrijheid om ons specifiek te focussen op die media waarvan wij denken dat we er wat aan zullen hebben.

Marketingstrategie
Nu de Kick Off van onze inzamelingsactie steeds dichterbij komt, is het duidelijk opzetten en uitwerken van een marketingstrategie één van de belangrijkste onderdelen van onze opdracht geworden. De theorie is heel simpel: stof opwerpen, respons creëren en van daaruit door naar harde conversies. In de praktijk is het echter helemaal niet zo eenvoudig. Dat merkte meneer Brouwer ook op. Hij gaf aan dat er, zeker onder de non-profits, nog geen werkende roadmap is om die theorie daadwerkelijk in te zetten met betrekking tot nieuwe media. Er zijn bovendien veel verschillen tussen bepaalde doelgroepen en hoe die te bereiken en te overtuigen zijn. Het is daarom belangrijk om bij het opzetten van een campagne eerst de afweging te maken wat de precieze doelgroep ervan is. Dit kan namelijk verschillende vormen van marketing als gevolg hebben.

Plannen
Hier zijn we beland bij ons huidige "probleem": we moeten over enkele weken de Kick Off van onze actie presenteren. Daar hebben we met meneer Brouwer uitgebreid over gesproken en zijn we nu zelf ook nog druk mee bezig. Bij de volgende blog met een voortgangsoverzicht zal dit stuk van het gesprek met meneer Brouwer dan ook aan bod komen, evenals onze eigen voorlopige bevindingen en ideeën. Daarnaast zijn we dieper ingegaan op de doelgroep van Hulp voor Helden en onze eigen doelgroep. Aangezien Margaret bezig is met een doelgroepsanalyse waarin ze dit behandelt en analyseert hoe wij onze doelgroep het best (denken te) kunnen bereiken, wordt ook dat onderdeel van het gesprek in een latere blog uitgewerkt.

Saturday, 14 March 2015

De collectebus anno 2015

In deze 'online' tijd van internetbankieren en social media verdwijnen 'offline' activiteiten en media langzaam maar zeker naar de achtergrond als het gaat om middelen om een groter bereik neer te zetten. Om erachter te komen of dit ook bij goede doelen zo is, hebben we contact gehad met Hulp voor Helden om antwoord te krijgen op onder meer deze vraag.

Verjonging als antwoord op vergrijzing
De kerntaak van de afdeling fondsenwerving van Hulp voor Helden is sinds 1874 het mede financieren van het militair tehuiswerk geweest, ook wel 'drie sterren zorg' genoemd: ondersteuning voor lichaam, ziel en geest voor hen die zich inzetten om onze vrijheid te bewaken, te verdedigen en zo nodig te bevechten. Deze visie werd verbreed bij de verzelfstandiging van het projectprogramma van stichting KPPR (Koninklijke PIT Pro Rege), waar Hulp voor Helden onderdeel van uitmaakt. De doelgroep veranderde van militairen naar 'militair, veteraan en thuisfront' en het doel is nu het subsidiëren van verschillende projecten die het welzijn van deze doelgroep beogen te verbeteren.
Met het oog op de toekomst is Hulp voor Helden sinds afgelopen jaar bezig hun 'face-to-face' wervingsbeleid om te zetten in een duaal fondsenwervingsbeleid. Het doel hiervan is om niet alleen de huidige 'grijze' achterban te behouden, maar ook een nieuwe, jongere doelgroep aan te spreken. Waar het werven van donateurs voorheen voornamelijk gebeurde via de persoonlijke aanpak op regionale en nationale evenementen van Defensie, zullen binnen dit nieuwe duaal fondsenwervingsbeleid ook nieuwe strategieën het daglicht zien.

Het logistieke plaatje
Hulp voor Helden heeft meerdere projecten lopen, waar het dagboekjesproject deel van uitmaakt. Het geld dat door HvH reeds 'opgehaald' is voor deze projecten, is dus een toegewezen saldo vanuit de grote pot, die bestaat uit algemene giften (particuliere donaties, vermogensfondsen, kerken, et cetera). Het streefbedrag wordt bepaald aan de hand van de verwachte kosten. In het geval van het dagboekjesproject is dit het geschatte aantal uit te delen setjes dagboekjes plus de eventuele logistieke kosten die uiteraard ook om de hoek komen kijken bij een project als dit. Op den duur zal er steeds meer individuele aandacht geschonken worden aan elk product/project van Hulp voor Helden, zodat die meer op zichzelf komen te staan en beter onder de aandacht gebracht kunnen worden. Zo werden de dagboekjes en schrijfcassettes voorheen verstrekt door HomeBase Support, een andere organisatie die zich veel bezighield met de Thuisfront Informatiedagen (TFI), maar is alles wat met de dagboekjessets te maken heeft nu onder Hulp voor Helden komen vallen. Ook de feedback vanuit het thuisfront en de militairen zelf zal naar verwachting worden uitgebreid, al blijkt uit de vele goede reacties nu al dat de dagboekjes goed worden ontvangen en ook daadwerkelijk bijdragen aan een beter communicatieproces tussen militair en thuisfront!

Hoe nu verder?
De 'nieuwe media'-strategie van Hulp voor Helden staat nog in de kinderschoenen en wij zijn trots en blij om hieraan mee te helpen! Online fondsenwerving blijft een uitdaging; het is immers in geen enkel opzicht te vergelijken met de oude vertrouwde collectebus. Hoe 'bel je aan' bij een online samenleving? Hoe kijkt generatie Y aan tegen goede doelen, of spreken we al van generatie Z? Ook wij zijn hard bezig deze vragen te beantwoorden. Hoe we dit doen en wat ons plan is lees je uiteraard via deze blog!





Thursday, 12 March 2015

Leren van Defensie

Onlangs verscheen op Defensie-Platform een artikel over Ben Noordermeer, die zijn ervaring als marinier tegenwoordig als zelfstandig ondernemer inzet voor zijn bedrijf Guidance in Sales.
'Er is een parallel tussen de Mariniers en sales’, zegt hij, ‘Sales is niks anders dan het maximale resultaat uit minimale middelen halen. Net als bij de Mariniers.'
Bedrijven kunnen volgens Noordermeer veel leren van Defensie. Wij denken dat de punten die hij aanstipt in het artikel ook wel interessant zijn om te bekijken vanuit onze opdracht. Daarom bespreken we hier de verschillende leerpunten en hoe die toegepast kunnen worden op ons project, Hulp voor Helden, en de cursus Mediawijsheid. We hopen daarmee dus niet alleen onszelf te helpen, maar ook een kritisch inzicht te geven in mogelijke verbeterpunten voor het goede doel en de cursus, die op het moment allebei verder ontwikkeld worden en dus zeker baat kunnen hebben bij onze analyse.
'Als marinier denk je na over hoe je de vijand kan uitschakelen: dat kan linksom, rechtsom, van bovenaf, vanuit het water of uit de lucht. Als het links niet lukt, ga je rechts, net zo lang tot het lukt.'
Eigenlijk is het volgens Noordermeer bij Defensie dus hetzelfde als in het bedrijfsleven: steeds blijven doorzetten. In de opzet van de cursus wordt hier goed aan gewerkt, door gedurende de loop van het semester bij te houden hoe alles ervoor staat en waar nodig dingen aan te passen. Hulp voor Helden is sinds vorig jaar begonnen met het onderzoeken van alle mogelijkheden die zij hebben om nieuwe donateurs te vinden voor hun projecten en zijn nu druk bezig met het opzetten van een geschikte mediastrategie. Wij zijn ondertussen eigenlijk al wat voorwerk voor ze aan het doen, door een eigen mediastrategie te ontwikkelen om ons subdoel te behalen. Daarbij is doorzettingsvermogen ook aan de orde van de dag, want het wil soms best eens tegenzitten, maar dan is er altijd wel een ander groepslid dat zorgt voor het nodige steuntje in de rug.
'Militaire precisie! Deadline is deadline, want die moeten zeker gehaald worden bij Defensie.'
Deadlines komen heel nauw bij Defensie. De lossere omgang hiermee in het bedrijfsleven zorgt er soms voor dat militairen erg ongeduldig worden als ze overstappen naar een carrière in het burgerleven. Voor Hulp voor Helden kan dit een belangrijk punt zijn als ze voor een project direct te maken hebben met militairen en/of veteranen, die ook uitgaan van strakke, definitieve deadlines. Binnen onze groep merken we dat de deadlines vaak erg losjes gehanteerd worden. Dit heeft te maken met de persoonlijke instelling van de groepsleden (iedereen heeft andere prioriteiten), maar hangt ook samen met het wijzigen van deadlines binnen de cursus, waardoor er soms wat geschoven moet worden in de agenda.
'Als je dat ziet na die ramp met de MH17. Toen al die stoffelijke overschotten terugkwamen. Dat was helemaal perfect voor elkaar. En ook dat is Defensie.'
Het was een droevige aangelegenheid, maar het organisatorisch aspect ervan is door Defensie tot in de puntjes geregeld en die aanpak is door veel mensen geprezen. Deze aandacht voor detail hopen wij in ons project ook naar voren te laten komen, door regelmatig updates over onze voortgang te plaatsen en verschillende aspecten van het onderwerp te belichten. Met name de aftrap van de actie en het uiteindelijke moment van overdracht dienen strak georganiseerd te zijn. Daar willen we Hulp voor Helden graag bij betrekken, omdat zij de opbrengst van de actie vervolgens zullen omzetten in dagboekjes en schrijfcassettes. Ook iets wat tot in de puntjes geregeld moet worden, maar nadat we met eigen ogen een set gezien hebben, zijn we er absoluut zeker van dat daar alles aan gedaan wordt. In de loop van de cursus mediawijsheid zijn we helaas wat punten tegengekomen waarover we minder te spreken zijn. Door de opzet van de cursus -voor het eerst in deze vorm- zijn veel details (nog) niet ingevuld. Dit wordt deels opgevangen door de eigen invulling van de studenten, maar we merken, ook vanuit andere groepen, dat veel studenten de voorkeur geven aan een invulling waarin toch wat meer zaken vaststaan en tot in de puntjes zijn geregeld, zoals bij Defensie het geval is.
'Altijd tot het uiterste gaan, een marinier maakt zijn eigen belang altijd ondergeschikt aan het groepsbelang.'
De verhouding tussen eigenbelang en groepsbelang komt in de meeste organisaties vanzelf wel een keer naar voren. De cursus wordt in principe vanuit één persoon, de docent, opgezet, dus in hoeverre dit punt daarop van toepassing is, valt moeilijk te zeggen voor ons. Misschien wel in de zin van de docent als persoon met eigenbelang, tegenover de studenten als groep. Uiteindelijk gaat het er bij een opleiding om dat de studenten iets leren, en dus is het groepsbelang als het goed is altijd groter dan het eigenbelang van een docent. We vinden het ook moeilijk toe te passen op Hulp voor Helden, maar denken dat zij er vooral rekening mee moeten houden dat ze een goed doel blijven en het belang van de doelgroep dus voorop laten staan. De reden dat we dit punt toch aanspreken, is dat het zo van belang is binnen onze eigen projectorganisatie. Zoals eerder gezegd, liggen de prioriteiten van de groepsleden niet allemaal hetzelfde. De één hecht meer waarde en belang aan dit project dan de ander, en dat uit zich in de taakverdeling en de kwaliteit van het werk. Waar sommige leden hun eigenbelang, zelfs als het onvermijdelijke persoonlijke situaties betreft, inderdaad ondergeschikt maken aan het groepsbelang, ondermijnen andere mensen dit juist door niet meer tijd, aandacht en moeite in het project te steken dan ze strikt noodzakelijk achten om het vak met een voldoende af te sluiten. Marinier kun je niet worden met die instelling, maar dit is een opdracht vanuit een burgeropleiding en daar kom je er vaak wel mee weg.
'Dingen gewoon doen. Wel vanuit een bepaalde gedachte, maar wel doen. Doen en lef tonen.'
Doen en lef tonen zijn geen problemen binnen de cursus mediawijsheid, die erg ambitieus en vernieuwend is. Hier is absoluut sprake van niet alleen denken, maar ook daadwerkelijk doen. En daarnaast ook het lef om toe te geven wanneer iets minder goed loopt, kritiek te verwerken, en daarmee de cursus dan weer aan te passen. Een prijzenswaardige aanpak. We hopen dat de organisatie van Hulp voor Helden hier wat van meekrijgt en vooral ook niet schroomt om nieuwe dingen uit te blijven proberen en te laten zien dat ze dingen durven te doen. Ze willen immers steun bijdragen aan mensen die met Defensie te maken hebben en zelf dus ook best wel lef hebben. We merken zelf dat het echter toch vaak lastiger is om "gewoon" dingen te doen. Alle vrijheid in deze cursus gaat soms wat richting onzekerheid over welke kant we nu weer op moeten, maar uiteindelijk blijkt steeds dat we er het meest van leren als we dan maar gewoon een kant kiezen en daarin verder gaan. Dan ontdekken we vanzelf wel of het werkt of niet, krijgen we daar feedback op en kunnen we altijd nog iets anders proberen in het vervolg. In ieder geval steeds weer een ervaring rijker en dat is iets wat -helaas- niet altijd over alle cursussen te zeggen valt. 

Bronvermelding

Van Brakel, E. (2015, 4 maart). Ben Noordermeer: Wil je een klant? Bedenk een aanvalsplan! Geraadpleegd op http://defensie-platform.nl/ben-noordermeer-wil-je-een-klant-bedenk-een-aanvalsplan/

Tuesday, 10 March 2015

Presentatie 2: feedback op onze voortgang.

Afgelopen maandag hebben we met onze groep de voortgang van ons project gepresenteerd. Daar hebben we een aantal handige tips en mooie feedbackpunten op mogen ontvangen, die we in deze blog kort uiteen zullen zetten.

In de eerste plaats hebben wij het in ons projectplan over mogelijke risico's gehad voor ons project, waarin ook het risico terugkwam dat de mediastrategie die we gaan toepassen zich tegen ons keert. Een punt van feedback was dat dit een onduidelijke term is en dat we wat nader moeten specificeren waar het dan precies om gaat.
Een tweede punt van aandacht ligt bij het nader specificeren van onze doelgroep. Waar houdt onze doelgroep zich voornamelijk op qua mediagebruik? Het onderscheid in verschillende generaties en typen mediagebruikers zoals dat door Rudy van Belkom in Het merk voorbij (2014) is gehanteerd is daarvoor een handige tool die wij gaan toepassen op ons eigen project.
Een derde verbeterpunt lag in het nader specificeren van de volgende stappen die we gaan zetten, nádat we onze doelgroep hebben gespecificeerd. Wat volgt dan? Wat dat punt betreft kunnen we ondertussen al melden dat we een document hebben aangemaakt via Google Docs, met daarin een to do list waaraan we continu taken kunnen toevoegen en waarin we ook kunnen aangeven wat er al gebeurd is. Dit helpt enorm bij het behouden van een goed overzicht op de voortgang.

Pieter en Sophie druk aan het vertellen

Een aantal algemene tips werd er in dit college ook nog gegeven. Een tweetal daarvan was specifiek gericht op het gebruik van Twitter. In de eerste plaats was een tip om heel veel mensen te gaan volgen en daarnaast zelf ook heel actief gebruik te maken van de verscheidene functies van Twitter, bijvoorbeeld het gebruiken van lijsten met daarin, in ons geval, mensen die geïnteresseerd zijn in Defensie. Je kunt dan op een makkelijke manier bijhouden waar deze mensen zoal over tweeten. Een tweede tip was het selectief retweeten en aan onze favorieten toevoegen van wat onze volgers en de mensen die wij volgen plaatsen op Twitter, om zo meer aandacht op onszelf te vestigen. Ook selectief reageren op tweets past hierbij. We kunnen daarbij ook gebruik maken van de zoekfunctie van Twitter, om via het gebruik van trefwoorden te komen bij tweets die mogelijk interessant kunnen zijn om te retweeten en om mensen te vinden met een interesse in Defensie.
Als laatste tip zou het ook handig kunnen zijn om te specificeren wie we juist niet willen bereiken met ons mediagebruik. Wie vallen er buiten onze doelgroep? Dit kan helpen bij het komen tot een passende mediastrategie.

Door al deze feedback en deze mooie tips voelen we ons gesterkt in ons project en gaan we weer vol vertrouwen verder met het werken aan een mooie en sterke mediastrategie!