Sunday, 29 March 2015

Doelgroepanalyse

"Cruciaal dat je weet wie waarover waarom met jou zou wíllen praten" (Bugter, 2008).
Donderdag 19 maart zijn we als groep in gesprek gegaan met Jos Brouwer, manager fondsenwerving en PR bij Hulp voor Helden. Voor een volledig verslag daarvan verwijs ik graag naar onze blog daarover. Een van de dingen die we toen hebben besproken is de doelgroep van Hulp voor Helden. Welke mensen willen zij benaderen? Van welke mensen verwachten zij dat ze bereid zijn om te doneren? Dat leidde tot een erg interessant gesprek, op basis waarvan wij als groep een doelgroepanalyse hebben gemaakt.

Uses & Gratifications Theory
De uses & gratifications theory is van belang bij het begrijpen van het gebruik van communicatie via verschillende typen informatiekanalen, waaronder sociale media. Deze theorie kent vier algemene aannames. Allereerst wordt een publiek (of doelgroep) binnen deze theorie voorgesteld als actief. Een publiek bestaat namelijk uit mensen die actief proberen hun doel te bereiken, ze zijn goal-oriented. Een tweede kenmerk is dat het initiatief bij het individu ligt. De persoon kiest zelf welk medium gebruikt zal worden om zijn of haar behoeften tegemoet te komen. Een derde aanname van deze theorie is dat media de strijd aangaan met andere middelen om bevrediging van de individuele doelen van de gebruiker te bewerkstelligen. Als laatste wordt in deze theorie gesteld dat de aard van de 'gratifications' erg uiteen loopt, van entertainment tot informatievoorziening. Dit is allemaal afhankelijk van de individuele gebruiker (Grant, 2005). Vertaald naar ons project kunnen we op basis van deze theorie stellen dat het van belang is om van meerdere media gebruik te maken, omdat verschillende gebruikers op een verschillende manier invulling zullen geven aan het tegemoet komen van hun individuele behoeftes.

De doelgroep
Binnen de cirkel van geïnteresseerden bevinden de militairen zich in het midden. Zij doneren echter zelden tot nooit, omdat zij zich immers al dagelijks inzetten voor Defensie. Om deze mensen heen ligt het thuisfront, wat bestaat uit vrienden, familie, de kennissenkring. Deze mensen zijn eerder geneigd om te doneren om hun dierbaren bij Defensie hiermee te helpen, en het zijn dan ook deze mensen waarop gefocust moet worden.
Naast deze groep is er nog een andere interessante groep, namelijk ouderen. Deze mensen hebben een groter besef van wat er in het verleden gebeurd is; hoe in het verleden de dienstplicht bijvoorbeeld werkte. Veel van deze mensen hebben dat van dichtbij meegemaakt en daarom zullen zij eerder voeling hebben met het goede voel en bereid zijn om te doneren. Een nadeel dat verbonden is aan de groep ouderen is echter dat zij Hulp voor Helden vooral kennen onder de oude naam, stichting KPPR. Deze laatste naam is echter juist weer onbekend bij de jongere generaties. Hulp voor Helden is bij ouderen dus onbekend, maar is als naam wel pakkender en duidelijker, waardoor juist deze naam wellicht beter werkt bij het willen bereiken van een jongere generatie.

Generaties en trends
Binnen de huidige maatschappij kunnen verschillende generaties onderscheiden worden, elk met eigen mediagedrag. Om te kunnen bepalen welk mediagebruik effectief kan werken is het dus van belang om te weten tot welke generatie(s) de beoogde doelgroep behoort en wat de daarbij behorende trens zijn.

Op dit moment zijn er vijf generaties aanwezig in onze maatschappij:
1. De stille generatie (mensen die geboren zijn vóór 1945). Deze mensen reageren het beste op post. De online aanwezigheid komt op de tweede plaats. Daarnaast geven deze mensen vaak grote bedragen en zijn deze mensen trouw aan het goede doel.
2. Babyboomers (geboren tussen 1945 - 1964). Ook deze mensen reageren goed op post, maar naast post wordt e-mail gezien als een gelijkwaardig communicatiemiddel, waar door deze mensen goed op wordt gereageerd. Babyboomers geven vaak aan meerdere doelen en doen dit deels uit schuldgevoel.
3. Generatie X (geboren tussen 1965 - 1980). Mensen uit deze generatie reageren goed op doneren wanneer daar een product of dient tegenover staat. Ook groepsdruk werkt. Bij dit laatste kan je denken aan het glazen huis bijvoorbeeld. "Als iedereen doneert, dan zal ik het ook maar doen." Over het algemeen geven mensen uit deze doelgroep grote bedragen.
4. Generatie Y (geboren tussen 1981 - 1991). Deze mensen vinden hun informatie bij verschillende bronnen en doneren over het algemeen aan allerlei verschillende goede doelen. Daarnaast vinden mensen uit deze doelgroep het belangrijk om niet alleen geld te doneren, maar ook tijd en diensten. Ook zij reageren goed op groepsdruk en willen bovendien erkenning krijgen voor wat ze doen.
5. Generatie Z (geboren tussen 1991 - 2000). Generatie Z overlapt grotendeels met generatie Y, met als toevoeging dat zij zichzelf ook zien als wereldverbeteraar.

Al deze doelgroepen maken gebruik van internet, maar doen dit ieder op hun eigen manier. Het is daarom ook zaak goed aan te sluiten bij de doelgroep die je voor ogen hebt (van Leeuwen, z.j.).

Wat van Leeuwen echter mist is dat de generatie waartoe iemand behoort niet allesbepalend hoeft te zijn. Zeker in de huidige samenleving, waar de computer en het internet een steeds belangrijkere plaats lijken te gaan innemen lijkt het voor de hand te liggen dat ook de oudere generaties hier steeds beter hun weg in zullen weten te gaan vinden. Je kunt mensen ook indelen aan de hand van het gedrag omtrent internet en sociale media dat ze vertonen. Je krijgt dan een volgende indeling:

1. Loyalisten. Dit zijn mensen die het meest voelen om een lange verbintenis aan te gaan met een bepaald merk (of hier: een bepaald goed doel). Het merendeel van deze netwerken maakt minimaal één keer per dag gebruik van sociale media en verreweg het grootste aandeel van deze mensen doet ook aanbevelingen aan vrienden.
2. Cheerleaders. Dit zijn consumenten die erg veel gebruik maken van sociale media en ver boven het Europese gemiddelde zitten qua verbruik per dag. Ze gebruiken hun smartphones onder andere om merken te volgen op social media en gaan uit van de informatie die ze over een bepaald merk op het internet en via sociale media vinden. Naast hun hoge gebruik van sociale media lezen ze ook van alle groepen het meeste geprinte media en kijken deze mensen veel televisie. Om hen te bereiken is een strategie die van meerdere media gebruik maakt dus het beste.
3. Opportunisten. Dit zijn mensen die niet erg actief zijn op sociale media en daar voornamelijk voor 'persoonlijk gewin' gebruik van maken. Je kunt daarbij denken aan leuke win-acties, of kortingen. Dit zijn mensen die erg prijsgevoelig zijn.
4. Outsiders. Dit zijn mensen die dan wel online zijn, maar eigenlijk alleen om persoonlijke redenen. Ze gebruiken sociale media niet om merken te volgen; daartoe gebruiken ze de websites van het merk zelf en een zoekmachine als Google (van Belkom, 2014).

Digitale marketingstrategieën
Uit onderzoek is gebleken dat traditionele manieren van adverteren amper nog wat opleveren. Adverteerders zijn dan ook meer en meer op zoek naar andere manieren om het publiek te bereiken met hun boodschap. De beslissing om iets aan te schaffen wordt hoofdzakelijk bepaald door mond-op-mond reclame. Veel mensen voelen zich daarbij ook overspoeld door een teveel aan reclame op televisie, waardoor zij een negatievere houding zijn gaan aannemen tegenover reclame
s (Huybs, z.d.). Je zou dit natuurlijk ook kunnen vertalen naar fondsenwerving voor een goed doel. Veel grote goede doelen, zoals Greenpeace en Amnesty International, maken veelvuldig gebruik van reclamespotjes. Dan zijn er nog de collectes die met enige regelmaat voorkomen. Ook bij het werven van fondsen voor goede doelen zou je dus kunnen veronderstellen dat er een bepaalde moeheid onder het publiek is opgetreden.

Bij digitale media horen ook nieuwe regels, waarvan de belangrijkste is dat de macht niet langer bij de aanbieder ligt, maar bij de gebruiker. De consument bepaalt namelijk zelf aan welke media hij of zij zichzelf blootstelt en welke informatie er dus binnenkomt. Je kunt iemand op het internet niet dwingen om ergens naar te kijken; die keuze ligt namelijk bij de consument zelf. Wat je echter tegen kunt komen is dat bedrijven niet goed weten hoe ze met deze nieuwe ontwikkelingen om moeten gaan. Ze moeten mee naar de nieuwe media, maar de kennis ontbreekt. Ook kan het voorkomen dat de verantwoordelijke medewerkers al wat ouders zijn en dus niet met het internet zijn opgegroeid, waardoor de mogelijkheden die het web biedt voor hen niet zo vanzelfsprekend zijn als voor de jongere generaties (Huybs, z.j.). Dit laatste komt ook terug bij Hulp voor Helden: zij zijn op het moment druk bezig met de overstap naar de nieuwe media, waardoor veel van de mogelijkheden die dit oplevert nog nieuw en onontdekt terrein voor hen is.

Analyse
Zoals is gebleken uit ons gebrek met Jos Brouwer, is de doelgroep die Hulp voor Helden wil bereiken erg breed en omvat zij meerdere generaties binnen de samenleving. Om die reden zullen wij dit dan ook moeten verwerken in onze mediastrategie, omdat niet alle media een even goed effect hebben op alle verschillende generaties. In de eerste plaats zijn er de ouderen, mensen die vanuit het verleden de dienstplicht meegemaakt hebben en om die reden sneller voeling zullen hebben bij dit goede doel. Dit zijn mensen uit ofwel de stille generatie, ofwel uit de generatie van de babyboomers. Deze twee generaties maken wel gebruik van internet, maar minder dan de generaties daarna. Daarom is het van belang om ook offline media te hanteren binnen onze mediastrategie, zodat we deze twee generaties niet vergeten. Voor Hulp voor Helden zijn deze mensen namelijk erg belangrijk, omdat zij de harde kern van het donateursbestand uitmaken.
Daarnaast zijn ze bij Hulp voor Helden ook bezig met de overstap naar digitale manieren om fondsen te werven. Wie zijn nu bij uitstek online aanwezig? Mensen uit de generaties X, Y en Z. Wanneer we kritisch kijken dan kunnen we stellen dat mensen uit generatie Z op dit moment nog een beetje buiten de gewenste doelgroep vallen, omdat deze generatie nog voornamelijk uit studenten en middelbare scholieren bestaat. Zij hebben doorgaans minder te besteden dan mensen die al begonnen zijn op de arbeidsmarkt. Bij de jongere generaties zullen wij ons dan ook voornamelijk richten op de generaties X en Y. Binnen deze generaties zullen wij ons vooral richten op het thuisfront van de militairen en niet de militairen zelf. Uit ons gesprek met Jos Brouwer bleek namelijk dat militairen zelden geneigd zijn om te doneren. We verwachten daarnaast dat de familie, vrienden, of kennissen van een militair voeling zullen hebben met het goede doel en daarom eerder geneigd zullen zijn om te doneren dan zomaar willekeurige mensen van de straat.

Betrekken we hierbij de informatie uit van Belkom (2014) dan kunnen we stellen dat een mediastrategie die zich op meerdere mediakanalen richt verreweg het meeste succes zal opleveren. Dit heeft ermee te maken dat veel mensen wel online zijn, maar niet iedereen sociale media ook gebruikt om een merk (of in ons geval een goed doel) te volgen en informatie daarover te verkrijgen. Dit bevestigt de waarde van bijvoorbeeld papieren media voor ons doel.

Bronvermelding
Bugter, B. (2008, 6 juni). Hoe raak je je doelgroep(en) nou écht? Geraadpleegd op http://www.frankwatching.com/archive/2008/06/06/hoe-raak-je-je-doelgroepen-nou-echt
Grant, I. C. (2005). Young people's relationships with Online Marketing: an intrusion too far? Journal of Marketing Management, 607-623. 
Huybs, B. (z.j.). Digitale Marketing Strategie. Opgehaald van uhdspace.uhasselt.be: https://uhdspace.uhasselt.be/dspace/bitstream/1942/1887/1/huybs.pdf
Van Belkom, R. (2014). Het merk voorbij. Handboek voor identiteit en imago. Bussum: Coutinho 
Van Leeuwen, A. (z.j.). Non-profit online. Opgehaald van Blackboard: https://edubb.uvt.nl/bbcswebdav/pid-1197050-dt-content-rid-3446175_1/courses/820134-2014-2015/Non-Profit-Online-v1.pdf

Tuesday, 24 March 2015

Doorwerken met drieën

Sinds ons gesprek met Jos Brouwer van Hulp voor Helden afgelopen donderdag, is er weer een boel gebeurd. Zoals gezegd zijn we nog maar met zijn drieën, nu Sophie aangegeven heeft te stoppen met Mediawijsheid. We zijn daarom doorlopend bezig onze werkverdeling aan te passen. De tijd tot de Kick Off wordt steeds korter, terwijl de 'to do list' zich alleen maar uit lijkt te breiden. Hard werken dus! Met name Pieter moet zich, na de eerste weken wat op de achtergrond te zijn gebleven, nu toch actiever gaan inzetten, want we hebben alle tijd nodig. De samenwerking verloopt gelukkig goed.

Onze voornaamste werkzaamheden focussen zich op dit moment op het opzetten van de Kick Off. We hebben onze ideeën uitgebreid besproken met de heer Brouwer, en hij heeft ons ook weer nieuwe ideeën meegegeven. Zijn voornaamste zorg lag bij de digitale kant van de Kick Off, omdat hij uit ervaring wist dat aandacht krijgen en vasthouden fysiek nu eenmaal vaak makkelijker gaat dan digitaal. We zijn echter wat beperkt in de mogelijkheden om fysiek actie te voeren, aangezien we zonder budget werken en onze doelgroep door het hele land verspreid zit in plaats van zich op één locatie te verzamelen. Het zou gaaf zijn om toch iets te kunnen organiseren, maar vooralsnog zijn we meer bezig met een digitale Kick Off. Het is erg fijn dat deze optie beschikbaar is, omdat de rest van ons project zich eigenlijk geheel online afspeelt. De Kick Off kunnen we hier mooi bij aan laten sluiten.

Met onze Kick Off willen we vooral het belang van de dagboekjes duidelijk maken, zodat mensen eerder geneigd zullen zijn een bijdrage te leveren. We willen het gevoel en de beleving van militair en thuisfront overbrengen. Hoe ervaren zij het dat ze iets meemaken, maar het niet mogen vertellen, of dat er iets gebeurt, maar ze moeten afwachten tot de ander contact opneemt voordat ze het kunnen vertellen? Op die manier kan veel belangrijke communicatie verloren gaan, waardoor aan beide kanten onbegrip kan ontstaan en wordt de fysieke afstand ook een emotionele afstand. We zijn druk op zoek naar een manier om dit beeldend te verwoorden. Door in een verzameling sterke beelden uit te drukken dat iemand sommige dingen niet direct kan/mag/wil verwoorden, tonen we het gat in de communicatie dat de dagboekjes kunnen opvangen. We spelen nog met verschillende (inhoudelijke) vormen voor deze media-uiting, zoals een filmpje, powerpoint, collage of strip. Dit hangt ook af van de bruikbare beelden die we kunnen vinden. Om alles bij elkaar te houden, hebben we een Pinterest account aangemaakt waarop alle groepsleden beelden, ontwerpen en ideeën kunnen plaatsen.

We hebben veel communicatie lopen met betrokkenen, waaronder thuisfronters, organisaties die zich ook bezighouden met militair/veteraan/thuisfront, en Defensie zelf. Die contacten gebruiken we voor verschillende doeleinden. Vanzelfsprekend voor het verzamelen van informatie over ons onderwerp, maar ook over de doelgroep die we proberen te bereiken en voor onze wetenschappelijke onderbouwing. Daarnaast hebben we via verschillende kanalen navraag gedaan over mogelijk bruikbaar beeldmateriaal, en zoeken we vast uit wie er bereid is om daadwerkelijk onze beelden en/of een persbericht te plaatsen. Leuk is dat we het soms ook andersom gaat, met thuisfronters of organisaties die bij het zien van onze actie uit zichzelf al hun hulp aanboden. De enthousiaste reacties van allerlei kanten maken dit tot een zeer bevredigend project.

Naast al dit werk aan onze Kick Off, zijn we natuurlijk ook nog met andere dingen bezig. Margaret werkt aan een uitgebreide doelgroepanalyse, er wordt een persbericht geschreven, contacten onderhouden, social media bijgehouden, nieuws gevolgd, de crowdfunding website wordt opgezet, allerlei bronnen worden doorgenomen en we kijken uit naar media die we nog niet gebruiken, maar die wel zouden kunnen helpen. Al met al genoeg te doen dus. Wij komen de tijd wel door.

Saturday, 21 March 2015

Afscheid

Na een tijdje afwezigheid en ziekte, hebben we zojuist gehoord dat Sophie wegens persoonlijke omstandigheden het vak Mediawijsheid niet zal vervolgen. Zij maakt daarom vanaf heden geen deel meer uit van onze projectgroep. Dit neemt niet weg dat ze tot nu toe wel invloed gehad heeft op ons proces, dus haar naam zal mogelijk af en toe nog wel voorbij komen, bijvoorbeeld bij terugblikken op onze voortgang. Voor het verdere verloop van onze actie doen we het echter met zijn drieën. We wensen Sophie alle succes met het oppakken van een nieuw keuzevak volgend collegejaar.


In overleg met het goede doel

Afgelopen donderdagmiddag hadden we een bijeenkomst op de universiteit met Jos Brouwer, manager fondsenwerving en PR bij Hulp voor Helden. Vanwege het grote enthousiasme bij de organisatie had hij aangeboden speciaal voor ons naar Tilburg te komen, zodat wij niet met z'n drieën (Sophie was helaas afwezig bij deze afspraak) naar Apeldoorn hoefden te reizen en op de universiteit een en ander konden voorbereiden.

Verleden tot heden
Na de kennismaking en het voorleggen van onze vragen, begon meneer Brouwer met uitleg over het ontstaan van Hulp voor Helden en hoe de situatie tegenwoordig veranderd is. Bij Hulp voor Helden hebben ze gemerkt dat er steeds meer actie nodig is om mensen tot doneren aan te zetten. Bovendien is het draagvlak voor Defensie van groot belang bij het aanslaan van deze acties. Op het moment is de situatie in de wereld zo, dat de noodzaak van Defensie weer duidelijker in beeld komt, waardoor Hulp voor Helden ook beter aansluit bij de samenleving. Desondanks moeten ze het nog steeds vooral van de 'oude' donateurs hebben. Deze doelgroep wil de organisatie graag behouden, en omdat zij waarschijnlijk niet volledig zouden meegaan met een overstap naar alleen nieuwe, digitale media, is Hulp voor Helden nu bezig met een transitie naar een duaal fondsenwervingsbeleid, waarbij zowel de jongere generaties aangesproken worden, als de oude donateurs behouden blijven.

Digitale transitie
Wij komen vooral kijken bij de inzet van nieuwe media. Het inzetten hiervan is voor de organisatie veel werk, dat een boel tijd en geld kost. (Ja, precies die dingen waar je juist altijd een tekort van lijkt te hebben.) Bovendien bestaat de organisatie uit mensen die veelal niet gewend zijn met nieuwe media om te gaan en de noodzakelijke expertise missen. De daadwerkelijke uitvoering van alle nieuwe media en veranderingen zal daarom stukje bij beetje gaan en nog wel even tijd nodig hebben. Doordat onze specifieke actie op een kleinere schaal plaatsvindt en met duidelijke begin- en eindtijden, kunnen wij wat doelgerichter werken. Hoewel we door onze beperkingen in tijd en geld eigenlijk minder mogelijkheden hebben dan de hele organisatie van Hulp voor Helden, dwingt dit ons tegelijkertijd tot het vinden van alternatieve oplossingen. Bovendien hebben wij de vrijheid om ons specifiek te focussen op die media waarvan wij denken dat we er wat aan zullen hebben.

Marketingstrategie
Nu de Kick Off van onze inzamelingsactie steeds dichterbij komt, is het duidelijk opzetten en uitwerken van een marketingstrategie één van de belangrijkste onderdelen van onze opdracht geworden. De theorie is heel simpel: stof opwerpen, respons creëren en van daaruit door naar harde conversies. In de praktijk is het echter helemaal niet zo eenvoudig. Dat merkte meneer Brouwer ook op. Hij gaf aan dat er, zeker onder de non-profits, nog geen werkende roadmap is om die theorie daadwerkelijk in te zetten met betrekking tot nieuwe media. Er zijn bovendien veel verschillen tussen bepaalde doelgroepen en hoe die te bereiken en te overtuigen zijn. Het is daarom belangrijk om bij het opzetten van een campagne eerst de afweging te maken wat de precieze doelgroep ervan is. Dit kan namelijk verschillende vormen van marketing als gevolg hebben.

Plannen
Hier zijn we beland bij ons huidige "probleem": we moeten over enkele weken de Kick Off van onze actie presenteren. Daar hebben we met meneer Brouwer uitgebreid over gesproken en zijn we nu zelf ook nog druk mee bezig. Bij de volgende blog met een voortgangsoverzicht zal dit stuk van het gesprek met meneer Brouwer dan ook aan bod komen, evenals onze eigen voorlopige bevindingen en ideeën. Daarnaast zijn we dieper ingegaan op de doelgroep van Hulp voor Helden en onze eigen doelgroep. Aangezien Margaret bezig is met een doelgroepsanalyse waarin ze dit behandelt en analyseert hoe wij onze doelgroep het best (denken te) kunnen bereiken, wordt ook dat onderdeel van het gesprek in een latere blog uitgewerkt.

Saturday, 14 March 2015

De collectebus anno 2015

In deze 'online' tijd van internetbankieren en social media verdwijnen 'offline' activiteiten en media langzaam maar zeker naar de achtergrond als het gaat om middelen om een groter bereik neer te zetten. Om erachter te komen of dit ook bij goede doelen zo is, hebben we contact gehad met Hulp voor Helden om antwoord te krijgen op onder meer deze vraag.

Verjonging als antwoord op vergrijzing
De kerntaak van de afdeling fondsenwerving van Hulp voor Helden is sinds 1874 het mede financieren van het militair tehuiswerk geweest, ook wel 'drie sterren zorg' genoemd: ondersteuning voor lichaam, ziel en geest voor hen die zich inzetten om onze vrijheid te bewaken, te verdedigen en zo nodig te bevechten. Deze visie werd verbreed bij de verzelfstandiging van het projectprogramma van stichting KPPR (Koninklijke PIT Pro Rege), waar Hulp voor Helden onderdeel van uitmaakt. De doelgroep veranderde van militairen naar 'militair, veteraan en thuisfront' en het doel is nu het subsidiëren van verschillende projecten die het welzijn van deze doelgroep beogen te verbeteren.
Met het oog op de toekomst is Hulp voor Helden sinds afgelopen jaar bezig hun 'face-to-face' wervingsbeleid om te zetten in een duaal fondsenwervingsbeleid. Het doel hiervan is om niet alleen de huidige 'grijze' achterban te behouden, maar ook een nieuwe, jongere doelgroep aan te spreken. Waar het werven van donateurs voorheen voornamelijk gebeurde via de persoonlijke aanpak op regionale en nationale evenementen van Defensie, zullen binnen dit nieuwe duaal fondsenwervingsbeleid ook nieuwe strategieën het daglicht zien.

Het logistieke plaatje
Hulp voor Helden heeft meerdere projecten lopen, waar het dagboekjesproject deel van uitmaakt. Het geld dat door HvH reeds 'opgehaald' is voor deze projecten, is dus een toegewezen saldo vanuit de grote pot, die bestaat uit algemene giften (particuliere donaties, vermogensfondsen, kerken, et cetera). Het streefbedrag wordt bepaald aan de hand van de verwachte kosten. In het geval van het dagboekjesproject is dit het geschatte aantal uit te delen setjes dagboekjes plus de eventuele logistieke kosten die uiteraard ook om de hoek komen kijken bij een project als dit. Op den duur zal er steeds meer individuele aandacht geschonken worden aan elk product/project van Hulp voor Helden, zodat die meer op zichzelf komen te staan en beter onder de aandacht gebracht kunnen worden. Zo werden de dagboekjes en schrijfcassettes voorheen verstrekt door HomeBase Support, een andere organisatie die zich veel bezighield met de Thuisfront Informatiedagen (TFI), maar is alles wat met de dagboekjessets te maken heeft nu onder Hulp voor Helden komen vallen. Ook de feedback vanuit het thuisfront en de militairen zelf zal naar verwachting worden uitgebreid, al blijkt uit de vele goede reacties nu al dat de dagboekjes goed worden ontvangen en ook daadwerkelijk bijdragen aan een beter communicatieproces tussen militair en thuisfront!

Hoe nu verder?
De 'nieuwe media'-strategie van Hulp voor Helden staat nog in de kinderschoenen en wij zijn trots en blij om hieraan mee te helpen! Online fondsenwerving blijft een uitdaging; het is immers in geen enkel opzicht te vergelijken met de oude vertrouwde collectebus. Hoe 'bel je aan' bij een online samenleving? Hoe kijkt generatie Y aan tegen goede doelen, of spreken we al van generatie Z? Ook wij zijn hard bezig deze vragen te beantwoorden. Hoe we dit doen en wat ons plan is lees je uiteraard via deze blog!





Thursday, 12 March 2015

Leren van Defensie

Onlangs verscheen op Defensie-Platform een artikel over Ben Noordermeer, die zijn ervaring als marinier tegenwoordig als zelfstandig ondernemer inzet voor zijn bedrijf Guidance in Sales.
'Er is een parallel tussen de Mariniers en sales’, zegt hij, ‘Sales is niks anders dan het maximale resultaat uit minimale middelen halen. Net als bij de Mariniers.'
Bedrijven kunnen volgens Noordermeer veel leren van Defensie. Wij denken dat de punten die hij aanstipt in het artikel ook wel interessant zijn om te bekijken vanuit onze opdracht. Daarom bespreken we hier de verschillende leerpunten en hoe die toegepast kunnen worden op ons project, Hulp voor Helden, en de cursus Mediawijsheid. We hopen daarmee dus niet alleen onszelf te helpen, maar ook een kritisch inzicht te geven in mogelijke verbeterpunten voor het goede doel en de cursus, die op het moment allebei verder ontwikkeld worden en dus zeker baat kunnen hebben bij onze analyse.
'Als marinier denk je na over hoe je de vijand kan uitschakelen: dat kan linksom, rechtsom, van bovenaf, vanuit het water of uit de lucht. Als het links niet lukt, ga je rechts, net zo lang tot het lukt.'
Eigenlijk is het volgens Noordermeer bij Defensie dus hetzelfde als in het bedrijfsleven: steeds blijven doorzetten. In de opzet van de cursus wordt hier goed aan gewerkt, door gedurende de loop van het semester bij te houden hoe alles ervoor staat en waar nodig dingen aan te passen. Hulp voor Helden is sinds vorig jaar begonnen met het onderzoeken van alle mogelijkheden die zij hebben om nieuwe donateurs te vinden voor hun projecten en zijn nu druk bezig met het opzetten van een geschikte mediastrategie. Wij zijn ondertussen eigenlijk al wat voorwerk voor ze aan het doen, door een eigen mediastrategie te ontwikkelen om ons subdoel te behalen. Daarbij is doorzettingsvermogen ook aan de orde van de dag, want het wil soms best eens tegenzitten, maar dan is er altijd wel een ander groepslid dat zorgt voor het nodige steuntje in de rug.
'Militaire precisie! Deadline is deadline, want die moeten zeker gehaald worden bij Defensie.'
Deadlines komen heel nauw bij Defensie. De lossere omgang hiermee in het bedrijfsleven zorgt er soms voor dat militairen erg ongeduldig worden als ze overstappen naar een carrière in het burgerleven. Voor Hulp voor Helden kan dit een belangrijk punt zijn als ze voor een project direct te maken hebben met militairen en/of veteranen, die ook uitgaan van strakke, definitieve deadlines. Binnen onze groep merken we dat de deadlines vaak erg losjes gehanteerd worden. Dit heeft te maken met de persoonlijke instelling van de groepsleden (iedereen heeft andere prioriteiten), maar hangt ook samen met het wijzigen van deadlines binnen de cursus, waardoor er soms wat geschoven moet worden in de agenda.
'Als je dat ziet na die ramp met de MH17. Toen al die stoffelijke overschotten terugkwamen. Dat was helemaal perfect voor elkaar. En ook dat is Defensie.'
Het was een droevige aangelegenheid, maar het organisatorisch aspect ervan is door Defensie tot in de puntjes geregeld en die aanpak is door veel mensen geprezen. Deze aandacht voor detail hopen wij in ons project ook naar voren te laten komen, door regelmatig updates over onze voortgang te plaatsen en verschillende aspecten van het onderwerp te belichten. Met name de aftrap van de actie en het uiteindelijke moment van overdracht dienen strak georganiseerd te zijn. Daar willen we Hulp voor Helden graag bij betrekken, omdat zij de opbrengst van de actie vervolgens zullen omzetten in dagboekjes en schrijfcassettes. Ook iets wat tot in de puntjes geregeld moet worden, maar nadat we met eigen ogen een set gezien hebben, zijn we er absoluut zeker van dat daar alles aan gedaan wordt. In de loop van de cursus mediawijsheid zijn we helaas wat punten tegengekomen waarover we minder te spreken zijn. Door de opzet van de cursus -voor het eerst in deze vorm- zijn veel details (nog) niet ingevuld. Dit wordt deels opgevangen door de eigen invulling van de studenten, maar we merken, ook vanuit andere groepen, dat veel studenten de voorkeur geven aan een invulling waarin toch wat meer zaken vaststaan en tot in de puntjes zijn geregeld, zoals bij Defensie het geval is.
'Altijd tot het uiterste gaan, een marinier maakt zijn eigen belang altijd ondergeschikt aan het groepsbelang.'
De verhouding tussen eigenbelang en groepsbelang komt in de meeste organisaties vanzelf wel een keer naar voren. De cursus wordt in principe vanuit één persoon, de docent, opgezet, dus in hoeverre dit punt daarop van toepassing is, valt moeilijk te zeggen voor ons. Misschien wel in de zin van de docent als persoon met eigenbelang, tegenover de studenten als groep. Uiteindelijk gaat het er bij een opleiding om dat de studenten iets leren, en dus is het groepsbelang als het goed is altijd groter dan het eigenbelang van een docent. We vinden het ook moeilijk toe te passen op Hulp voor Helden, maar denken dat zij er vooral rekening mee moeten houden dat ze een goed doel blijven en het belang van de doelgroep dus voorop laten staan. De reden dat we dit punt toch aanspreken, is dat het zo van belang is binnen onze eigen projectorganisatie. Zoals eerder gezegd, liggen de prioriteiten van de groepsleden niet allemaal hetzelfde. De één hecht meer waarde en belang aan dit project dan de ander, en dat uit zich in de taakverdeling en de kwaliteit van het werk. Waar sommige leden hun eigenbelang, zelfs als het onvermijdelijke persoonlijke situaties betreft, inderdaad ondergeschikt maken aan het groepsbelang, ondermijnen andere mensen dit juist door niet meer tijd, aandacht en moeite in het project te steken dan ze strikt noodzakelijk achten om het vak met een voldoende af te sluiten. Marinier kun je niet worden met die instelling, maar dit is een opdracht vanuit een burgeropleiding en daar kom je er vaak wel mee weg.
'Dingen gewoon doen. Wel vanuit een bepaalde gedachte, maar wel doen. Doen en lef tonen.'
Doen en lef tonen zijn geen problemen binnen de cursus mediawijsheid, die erg ambitieus en vernieuwend is. Hier is absoluut sprake van niet alleen denken, maar ook daadwerkelijk doen. En daarnaast ook het lef om toe te geven wanneer iets minder goed loopt, kritiek te verwerken, en daarmee de cursus dan weer aan te passen. Een prijzenswaardige aanpak. We hopen dat de organisatie van Hulp voor Helden hier wat van meekrijgt en vooral ook niet schroomt om nieuwe dingen uit te blijven proberen en te laten zien dat ze dingen durven te doen. Ze willen immers steun bijdragen aan mensen die met Defensie te maken hebben en zelf dus ook best wel lef hebben. We merken zelf dat het echter toch vaak lastiger is om "gewoon" dingen te doen. Alle vrijheid in deze cursus gaat soms wat richting onzekerheid over welke kant we nu weer op moeten, maar uiteindelijk blijkt steeds dat we er het meest van leren als we dan maar gewoon een kant kiezen en daarin verder gaan. Dan ontdekken we vanzelf wel of het werkt of niet, krijgen we daar feedback op en kunnen we altijd nog iets anders proberen in het vervolg. In ieder geval steeds weer een ervaring rijker en dat is iets wat -helaas- niet altijd over alle cursussen te zeggen valt. 

Bronvermelding

Van Brakel, E. (2015, 4 maart). Ben Noordermeer: Wil je een klant? Bedenk een aanvalsplan! Geraadpleegd op http://defensie-platform.nl/ben-noordermeer-wil-je-een-klant-bedenk-een-aanvalsplan/

Tuesday, 10 March 2015

Presentatie 2: feedback op onze voortgang.

Afgelopen maandag hebben we met onze groep de voortgang van ons project gepresenteerd. Daar hebben we een aantal handige tips en mooie feedbackpunten op mogen ontvangen, die we in deze blog kort uiteen zullen zetten.

In de eerste plaats hebben wij het in ons projectplan over mogelijke risico's gehad voor ons project, waarin ook het risico terugkwam dat de mediastrategie die we gaan toepassen zich tegen ons keert. Een punt van feedback was dat dit een onduidelijke term is en dat we wat nader moeten specificeren waar het dan precies om gaat.
Een tweede punt van aandacht ligt bij het nader specificeren van onze doelgroep. Waar houdt onze doelgroep zich voornamelijk op qua mediagebruik? Het onderscheid in verschillende generaties en typen mediagebruikers zoals dat door Rudy van Belkom in Het merk voorbij (2014) is gehanteerd is daarvoor een handige tool die wij gaan toepassen op ons eigen project.
Een derde verbeterpunt lag in het nader specificeren van de volgende stappen die we gaan zetten, nádat we onze doelgroep hebben gespecificeerd. Wat volgt dan? Wat dat punt betreft kunnen we ondertussen al melden dat we een document hebben aangemaakt via Google Docs, met daarin een to do list waaraan we continu taken kunnen toevoegen en waarin we ook kunnen aangeven wat er al gebeurd is. Dit helpt enorm bij het behouden van een goed overzicht op de voortgang.

Pieter en Sophie druk aan het vertellen

Een aantal algemene tips werd er in dit college ook nog gegeven. Een tweetal daarvan was specifiek gericht op het gebruik van Twitter. In de eerste plaats was een tip om heel veel mensen te gaan volgen en daarnaast zelf ook heel actief gebruik te maken van de verscheidene functies van Twitter, bijvoorbeeld het gebruiken van lijsten met daarin, in ons geval, mensen die geïnteresseerd zijn in Defensie. Je kunt dan op een makkelijke manier bijhouden waar deze mensen zoal over tweeten. Een tweede tip was het selectief retweeten en aan onze favorieten toevoegen van wat onze volgers en de mensen die wij volgen plaatsen op Twitter, om zo meer aandacht op onszelf te vestigen. Ook selectief reageren op tweets past hierbij. We kunnen daarbij ook gebruik maken van de zoekfunctie van Twitter, om via het gebruik van trefwoorden te komen bij tweets die mogelijk interessant kunnen zijn om te retweeten en om mensen te vinden met een interesse in Defensie.
Als laatste tip zou het ook handig kunnen zijn om te specificeren wie we juist niet willen bereiken met ons mediagebruik. Wie vallen er buiten onze doelgroep? Dit kan helpen bij het komen tot een passende mediastrategie.

Door al deze feedback en deze mooie tips voelen we ons gesterkt in ons project en gaan we weer vol vertrouwen verder met het werken aan een mooie en sterke mediastrategie!

Monday, 2 March 2015

5. Online marketing: op zoek naar de doelgroep

Stap 5: bevindingen van college 5
Het vijfde college mediawijsheid afgelopen maandag was een gastcollege dat gegeven werd door online marketeer Peter Mohnen. Het betrof een inleiding in de werking en principes van marketing, iets wat voor het merendeel van ons, als cultuurstudenten, veel nieuws inhield. Hiermee werd gelukkig rekening gehouden door de heer Mohnen, die geregeld extra uitleg gaf bij begrippen, vroeg of iedereen het nog kon volgen, en vooral ook niet te ver op de technische praktijk inging. Dankzij de enthousiaste manier van vertellen en de vele interessante en bruikbare informatie, was het naar onze mening een bijzonder leuk en geslaagd college. Dat het wat uitliep was niet eens zo erg, en dat zegt wat als het komt van een studente die door die tien minuten uitloop 's avonds toch een uur later thuis was dan gepland. 

In college bleek dat eigenlijk voor alle projectgroepen geldt dat we werken zonder mediabudget en maar een zeer kort tijdsbestek hebben voor het bereiken van ons doel. Meneer Mohnen gaf aan dat marketingstrategieën zich eigenlijk altijd op langere termijnen richten dan de onze, wat het bereiken van de doelen wel eens erg lastig kan gaan maken. Het alternatief dat bedrijven toepassen als ze wel een kortere termijn hebben, is het inzetten van een groter mediabudget. Precies wat bij ons geen optie is. Daarnaast betrof een flink deel van zijn college betaalde programma's, advertenties en andere zaken die door de financiële beperking ook niet van toepassing zijn op dit specifieke project. Een heleboel interessante informatie dus, maar het daadwerkelijk bruikbare deel voor nu was helaas iets kleiner.

Trends in de media
Allereerst zijn er de verschillende trends die de heer Mohnen noemde met betrekking tot media(gebruik). Dit zijn dingen waar iedereen die iets met digitale media doet mee te maken krijgt. Bovendien was hij zo aardig om bij verschillende trends een voorbeeld te geven van manieren waarop je erop in zou kunnen spelen. De verschillende trends zijn:
  • Ontbundeling van content: Alles wordt uit elkaar gehaald en mensen maken hun eigen samenstelling. In de nonprofit-sector uit zich dit vooral in een afname aan structurele donaties. Er is op in te spelen door het doel te koppelen aan bijvoorbeeld een passend evenement, of door met behulp van crowdfunding doelgerichtere donaties mogelijk te maken. Wij hebben vanuit dit oogpunt dan ook gekozen voor het specifieke dagboekjesproject, in plaats van algemener (en dus abstracter) geld in te zamelen voor Hulp voor Helden als geheel.
  • Fragmentatie van de aandacht: Door de enorme berg informatie die mensen dagelijks te verwerken krijgen, neemt de aandachtsspanne af. Ook versnippert het mediagebruik zich over verschillende apparaten. Voor ons is het daarom belangrijk dat we onze online informatie bruikbaar houden voor zowel PC en laptop, als bijvoorbeeld smartphones en tablets. Dan verwijder je de drempel van het moeten overstappen naar een ander apparaat om bijvoorbeeld een site goed te kunnen lezen. Het gebruik van Blogger biedt hierin het voordeel dat er gelijk een telefoon-vriendelijke versie van de blog wordt gemaakt, waarbij eventueel het mobiele sjabloon ook nog aan te passen is.
  • Ongelimiteerd aanbod: Er is zoveel te vinden via online media, dat zeggen dat je beter bent dan de rest niet meer voldoende is. Je moet beter zíjn, anders stappen mensen vanzelf over naar iets anders. Wij proberen het belang van onze actie duidelijk te maken door persoonlijke verhalen uit de praktijk te vertellen, waardoor mensen beter kunnen begrijpen wat er speelt en dat dit er dus echt toe doet.
  • 24/7 Toegankelijkheid: Mensen verwachten dat de organisatie altijd bereikbaar is. Daar moet rekening mee worden gehouden met de tijd die het kost om reacties, vragen en feedback te verwerken en beantwoorden. Het is wenselijk die tijd zo kort mogelijk te houden. De verschillende media die wij online gebruiken worden dan ook ten minste zes dagen per week bijgehouden door meerdere groepsleden, zodat niets aan onze gezamenlijke aandacht ontsnapt.
  • Verbondenheid: Deelbaarheid en mond-tot-mond-reclame worden steeds belangrijker. Dat heeft ook te maken met het ongelimiteerde aanbod. Positieve feedback leidt vaak tot meer positieve reacties. Belangrijk is dat het andersom ook zo werkt. Negatieve feedback werkt tegen je. Gelukkig hebben wij zelf nog geen negatieve reacties gehad over onze actie, maar voor veel mensen is de wereld van militair en thuisfront onbekend en lijkt ons project dus niet zo belangrijk. Om dit probleem op te vangen proberen we zoveel mogelijk de praktijk duidelijk te maken aan iedereen die onze actie tegenkomt, zoals eerder genoemd bij het punt 'ongelimiteerd aanbod'.
  • Personalisatie: Doordat meer en meer data bekend is en opgeslagen kan worden, is het mogelijk om mensen steeds persoonlijker te raken. Het klinkt allicht wat negatief vanuit de privacy geredeneerd, maar vanuit de marketing gezien is het handig, want het werkt. Wij hebben in dit college verschillende methodes geleerd die hiervoor gebruikt worden en zullen zelf via 'likes' op Facebook op zoek gaan naar mensen die geïnteresseerd zijn in Defensie en/of thuisfront en dus mogelijk ook in onze actie.
  • Segmentatie: Er is een steeds beter gespecialiseerd media-aanbod mogelijk voor gesegmenteerde groepen. Dat hangt samen met de personalisatie, maar dan op iets grotere schaal. Gebruikmaken van deze segmenten is vaak erg voordelig in de marketing. Bij Twitter doen we dit vooral door gebruik te maken van lijsten van volgers die we binnen een bepaald profiel (bijvoorbeeld 'thuisfronters', 'Defensie medewerkers', etc.) plaatsen. Deze lijsten houden we actief bij om op relevante posts te kunnen reageren vanuit de invalshoek waarvan wij verwachten dat deze het beste bij de positie van de Twitteraar past.
  • Meetbaarheid: Online is onnoemelijk veel te meten en 'big data' speelt een belangrijke rol binnen marketingstrategieën. Belangrijk is echter om de data zinvol te gebruiken - en anders niet. Pieter heeft hier een belangrijke taak, omdat hij het meeste weet over statistieken en hoe we data kunnen verkrijgen, analyseren en toepassen. Dit komt vooral van pas bij het analyseren van het bereik en succes van onze mediastrategie.
  • Tools: Allerlei gereedschappen en programma's worden steeds goedkoper. Van veel dingen is een (soms wel beperkte) gratis variant beschikbaar online en dat maakt de drempel om aan een project te beginnen een stuk lager. Bovendien kan het ons, zonder mediabudget, helpen om toch een degelijke mediastrategie op te zetten voor het bereiken van ons doel. Daarmee hangt ook onze keuze samen voor digitale media: het bereik is groot en er zijn geen kosten aan verbonden.
Doelgroepsanalyse
Naast de trends, heeft de heer Mohnen een boel aandacht besteed aan het uitleggen van de doelgroepsanalyse, en vooral ook het belang hiervan. De conclusie hiervan was dat het vooral belangrijk is om je doelgroep goed gespecificeerd te hebben en er veel van te weten, omdat daardoor de mediastrategie relevanter te maken is voor de desbetreffende groep. Het helpt om de juiste mensen te bereiken. Door goed gebruik te maken van beschikbare informatie over de doelgroep is te achterhalen wat de apparaten, sites en platforms zijn waarop de doelgroep het best bereikbaar is, en op welke momenten. Je kunt ontdekken hoe je de boodschap het beste verwoordt en hoe je de juiste personen bereikt. Ook is het mogelijk om interesseclusters te maken, waarmee je kunt beredeneren welke mensen wel en niet bij je beoogde doelgroep aan zullen sluiten.

Helaas is veel van deze informatie voor ons niet beschikbaar, maar onze doelgroep is nu ook nog vrij breed. We willen deze daarom vernauwen naar mensen die al geïnteresseerd zijn in Defensie en/of het thuisfront. Dat is via online aangegeven interesses goed na te gaan en deze mensen zijn via allerlei blogs, sites en groepen door en over Defensie en thuisfront goed te bereiken. Op die manier hopen we dan ook gerichter gebruik te maken van verschillende media.

Sunday, 1 March 2015

Veldpost!

Na de missie is het voor beide partijen vaak nog een hele tijd wennen aan de nieuwe situatie, met beide mensen thuis, een ander ritme, een ander leefpatroon en ook weer veel dichter op elkaar zitten. Bij thuiskomst heerst, zeker bij het thuisfront, vaak een feestelijke stemming, maar daarna volgt dan de onwennigheid. Door het gebruik van de dagboekjes kunnen ervaringen, gedachten en gevoelens van militair en thuisfront na de missie worden uitgewisseld en besproken, om zo weer nader tot elkaar te komen en elkaar beter te proberen begrijpen.

Uit onderzoek van de Koninklijke Militaire Academie is gebleken dat het welbevinden van partners van militairen erg belangrijk is voor de militairen op uitzending. De behoefte aan emotionele en sociale steun is groot bij zowel militairen als thuisfront, en daardoor is goede communicatie noodzakelijk. De militair moet gefocust kunnen werken, zonder zich zorgen over de situatie thuis te maken. Hij of zij heeft baat bij een sterk thuisfront dat de militair steunt. Het thuisfront heeft daarnaast behoefte aan contact om onzekerheid over de situatie van de militair tegen te gaan, zeker met de vele, vaak negatieve, berichtgeving over conflictgebieden in de media. Daarnaast is de communicatie voor iedereen van belang om de relatie te onderhouden (Moelker & Van der Kloet, 2002).


De communicatie kan het beste niet alleen op de dagboekjes steunen, omdat die pas na de missie gedeeld worden. Daarom geeft Hulp voor Helden samen met de set dagboekjes, ook een schrijfcassette uit, 'Veldpost' genoemd, om post naar het thuisfront te stimuleren. Zoals eerder gezegd is directere communicatie niet altijd even goed mogelijk, en daarnaast ervaren mensen een fysiek bericht, in de vorm van een geschreven brief of kaart, vaak toch persoonlijker dan een digitaal bericht. Bovendien kan een fysiek bericht zorgen voor een gevoel van meer nabijheid. De cassette 'Veldpost' is onlangs vernieuwd en bevat nu naast een schrijfblok, pen en enveloppen, ook verschillende ansichtkaarten. Dit is toegevoegd op verzoek van militairen, die in uitzendingsgebied vaak niet de mogelijkheid hebben tot het ter plaatse kopen van ansichtkaarten. Naar zowel de dagboekjes als de schrijfcassette is nog steeds veel vraag onder militairen, zo blijkt uit een reactie die Hulp voor Helden hierover had ontvangen:
"Nu vanuit Mazar-e-Sharif, meteen even navraag gedaan bij collega Wim die hier zit. De dagboekjes zijn volgens hem nog steeds gewild. Het zijn hier nog de oude met harde kaft, dus niet de dwarsliggerversie. Wim zei dat er ook veel vraag is naar ansichtkaarten - die zitten in de nieuwe schrijfcassette, begrijp ik, dus dat is mooi! Hartelijke groet, Klaas Henk"

Bronvermelding
Moelker, R. & Van der Kloet, I. E. (2002). Partneronderzoek. Wat partners vinden van de uitzending van hun militair. Den Haag: Afdeling Gedragswetenschappen & Koninklijke Militaire Academie

Veilige verbinding

Geregeld contact hebben is onmisbaar voor het onderhouden van elke relatie tussen mensen. In het geval van grote afstand en totaal andere leefwerelden, zoals bij militairen en thuisfront tijdens een uitzending, is dit contact nog veel belangrijker.

De dagboekjes voor de uitgezonden militair en zijn/haar thuisfront zijn er om ruimte te creëren voor het opslaan van gevoelens, gedachten en gebeurtenissen die niet direct met elkaar te delen zijn. De redenen hiervoor kunnen verschillen. Bij de militair zullen er vaak restricties zijn met betrekking tot de informatie over de missie die gedeeld mag worden. Specifieke operaties, locaties en tijden kunnen vanuit veiligheidsoverwegingen beter niet gedeeld worden. Door de digitalisering is contact onderhouden met het thuisfront makkelijker geworden, maar de beveiliging van deze netwerken is een stuk lastiger, dus de berichtgeving aan het thuisfront via deze media is vaak erg beperkt. Daarnaast geldt dat in uitzendgebieden de voorzieningen lang niet altijd even goed zijn en dat de militair soms op patrouille of voor een operatie langere tijd van de basis weg kan zijn en dus ook geen toegang heeft tot bepaalde communicatiemiddelen.
"Het dagboekje laat de militair en het thuisfront na een missie bij elkaar op verhaal komen en helpt daarmee de draad op te pakken bij terugkomst. Het vormt dus een absoluut verbindingsonderdeel." (Hulp voor Helden, 2014)
Door gebruik te maken van de dagboekjes worden gedachten en gevoelens niet vergeten. Daarnaast geldt zowel voor het thuisfront als voor de militair, dat het onmogelijk en onwenselijk is om direct alles met elkaar te delen. Er lopen twee levens tegelijkertijd en het is te druk om alles aan elkaar door te geven en bij te houden. Bovendien speelt ook vaak mee dat men de ander niet onnodig ongerust wil maken. De militair zal dan eerder terugvallen op een collega en het thuisfront op iemand uit de omgeving daar, om pas als de problemen opgelost zijn, of na de missie, de ander in te lichten. Vrouw van militair (z.j.) vertelt op haar blog dat ze haar man niet kon vertellen van een operatie aan een goedaardige tumor, die ze onderging tijdens zijn uitzending. De avond na de operatie, toen alles achter de rug en weer goed was, zocht ze gelijk contact om hem er alsnog over te vertellen.
"Ga ik te ver in mijn bescherming naar hem toe tijdens een uitzending? Nee, ik vind van niet. Hij zou het zelfde voor mij hebben gedaan. Ondanks dat de situatie in Mali wel een rustige situatie was wil ik dat hij zijn hoofd bij zijn werk houdt. Voor zijn veiligheid, maar ook voor de veiligheid van zijn collega’s.

Bronvermelding 
Hulp voor Helden. (z.j.). Dagboekjes. Geraadpleegd ophttp://www.hulpvoorhelden.nl/projecten/dagboekjes/
Vrouw van militair. (2014, 5 augustus). 3 maanden verder: Hoe gaat het nu? Geraadpleegd op https://vrouwvanmilitair.wordpress.com/2014/08/05/3-maanden-verder-hoe-gaat-het-nu/

Saturday, 28 February 2015

Onze rolverdeling

Even een terugblik
Op onze introductiepagina was al te lezen welke teamrollen en mediaprofielen de verschillende groepsleden hebben volgens de tests die we daarvoor moesten maken. Nu we een tijdje bezig zijn met het project, is het wel interessant om daar nog eens op terug te blikken. De mediaprofielen komen we minder tegen dan de teamrollen, maar ze lijken bij iedereen wel ongeveer te kloppen. Het is een stuk interessanter om de teamrollen nog eens onder de loep te nemen en te vergelijken met de daadwerkelijke inrichting van onze projectgroep.


Pieter zou een 'groepswerker' zijn en graag voor consensus binnen de groep zorgen met zijn rol als 'voorzitter'. Zoals te verwachten valt bij een test met gesloten vragen, kloppen de resultaten deels wel, maar deels ook niet. Zo wordt onder 'groepswerker' verstaan dat deze persoon zorgt voor een goede sfeer in het team en vriendelijk en contactgericht is. Dit klopt allemaal bij Pieter, die vaak de eerste is om erop te hameren dat we weer eens echt met zijn allen bij elkaar moeten komen. Hij vindt het lastig om op afstand dingen te regelen en vergeet daardoor wel eens dingen te doen. Zijn rol als 'voorzitter' komt in de praktijk iets minder naar voren. Dit komt waarschijnlijk door zijn drukke dagindeling met werk, studievereniging en een andere studie dan de rest van de groep, waardoor hij vaak op andere tijden beschikbaar is. Dat maakt de coördinerende, verbindende rol van 'voorzitter' bij hem in de praktijk lastig uitvoerbaar. We hopen echter nog wel gebruik te kunnen maken van zijn vele werk voor de vereniging. Hij weet daardoor namelijk best wat over communicatie, statistieken en social media en we hopen dat hij wat van de technische social media kant overneemt, zodat dit niet meer alleen door Eva en Margaret gedaan hoeft te worden.

Omdat het coördinerende werk van de 'voorzitter' wel van belang is voor ons project, heeft Margaret dit opgepakt, alhoewel het volgens de test niet haar voornaamste teamrol is. Margaret deelt met Pieter de rol van 'groepswerker' en die kwaliteiten zijn inderdaad ook bij haar aanwezig, al gaat de communicatie haar op afstand een stuk gemakkelijker af. Veel opvallender is echter haar rol als 'zorgdrager'. Ze houdt zich altijd bezig met de kwaliteit van het werk dat geleverd wordt en let daarnaast goed op mogelijke valkuilen. Niet voor niets is zij degene die ons projectplan opstelt en zorgt dat eventuele tijdelijke uitval van een groepsgenoot altijd netjes opgevangen wordt. Haar goede oog voor kwaliteit maakt haar bovendien tot de beste keuze voor het kritisch analyseren van literatuur, colleges en feedback. Zij schrijft dan ook de meeste blogs die hierover gaan en doet geregeld onderzoek naar andere bruikbare informatie.

De teamrol van Sophie waar we in eerste instantie het meest gebruik van dachten te maken, is die van 'brononderzoeker'. Iemand met deze rol wordt omschreven als een typische netwerker die zorgt voor contacten en ideeën. In de praktijk is deze rol bij Sophie in dit project echter wat overschaduwd door die van 'plant'. De introverte eigenschappen van deze rol weerhouden haar ervan om alle ideeën door te laten komen. Daarnaast bleek Sophie uiteindelijk de minste voeling met het onderwerp te hebben, dus is het eigenlijk ook niet mogelijk voor haar om de eigenschappen van de 'brononderzoeker' te vertonen binnen het kader van dit project. Desondanks probeert ze af en toe toch met nieuwe dingen op de proppen te komen om het werk van de rest aan te vullen, al blijkt ze dan soms wat achter de feiten aan te lopen.

De twee teamrollen die bij Eva het sterkst naar voren kwamen in de test, zijn allebei wel van toepassing, maar beschrijven eigenlijk niet alles wat ze doet, een beetje zoals bij Margaret. Zo is ze als 'bedrijfsvrouw' inderdaad de organisator van de groep. Zij stuurt als het ware het project en schrijft de meeste blogs en social media berichten. Ze neemt ook een deel van de rol als 'brononderzoeker' over van Sophie, omdat zij wel over een breed netwerk beschikt binnen het onderwerp van het project. Het contact met het goede doel via telefoon en email verloopt ook via haar. Daarnaast heeft ze nog haar rol als 'monitor', om het werk van de groep te analyseren en objectief te bekijken. Zij is daarom vaak degene die feedback geeft op ideeën van de anderen en die ook alle feedback en reacties van mensen buiten de projectgroep verwerkt.

Thursday, 26 February 2015

4. (2) Projectplan

Stap 4 (2): de strategie in een projectplan gieten 

Projectdefinitie
Als onderdeel van het vak Mediawijsheid aan de Universiteit van Tilburg hebben wij een groep gevormd en een goed doel gekozen dat wij graag willen helpen. Ons oog is daarbij gevallen op Hulp voor Helden. Hulp voor Helden is een goed doel dat zich inzet voor het welzijn van militairen en veteranen, of, zoals ze het zelf formuleren in hun missie:
"Hulp voor Helden wil het welzijn bevorderen van mensen die militair of veteraan zijn."
Om daar naartoe te werken hebben ze zelf al allerlei mooie projecten opgezet, waar belangstellenden geld aan kunnen doneren. Wij hebben dan ook besloten om bij een al bestaand project aan te sluiten, namelijk het dagboekjes project.

Met het dagboekjes project wordt een totaalbedrag van 10.000 euro ingezameld, om sets van twee dagboekjes en een schrijfcassette te kunnen verstrekken aan militairen die uitgezonden worden en hun thuisfront. Op dit moment is al 38% van dat bedrag opgehaald, 3800 euro dus. Ons leek het een mooi streven om het overige bedrag te willen gaan ophalen, door middel van een slim inzetten van verschillende media.

Door ervaringen op te schrijven terwijl de militair op uitzending is en het leven thuis toch ook gewoon verder gaat, blijven de twee verschillende fronten desondanks verbonden. Wanneer de militair weer thuis komt kunnen de dagboekjes uitgewisseld worden, waardoor iedereen snel op de hoogte is van wat er allemaal gebeurd is in de tussentijd. De tijd die de militair thuis kan doorbrengen is misschien maar kort en dus bijzonder kostbaar. Het is dan extra fijn als iedereen snel op de hoogte gebracht kan worden van wat er allemaal gebeurd is.

We leven echter in het tijdperk van social media, die het steeds gemakkelijker maken om contacten te leggen met mensen ver weg en dichtbij. Een kritische vraag zou dus de volgende kunnen zijn: "waarom zijn die dagboekjes eigenlijk nodig, ze kunnen toch ook met elkaar mailen of skypen?" In de eerste plaats is het verkrijgen van een goede internetverbinding op een uitzending minder vanzelfsprekend dan voor iemand die in het gemak van zijn of haar eigen huis verkeert. Een belangrijker punt is echter dat niet alle ervaringen op het moment dat ze gebeuren, of net gebeurd zijn al verteld mogen worden aan de buitenwereld. Dat heeft natuurlijk alles te maken met veiligheid. Je kunt wel aan het thuisfront mailen dat je de volgende dag een aanval zult doen, maar voor hetzelfde geld komt die informatie in verkeerde handen terecht. Daarmee riskeer je de veiligheid van niet alleen jezelf, maar ook talloze anderen. De dagboekjes vormen hier een oplossing voor. Zo kunnen ervaringen toch direct worden opgeschreven, zonder dat de veiligheid in het geding komt. Het direct opschrijven is een ander punt van belang. Hoe vaak vergeten we zelf eigenlijk iets? Ons geheugen is niet feilloos en ook daarom zijn de dagboekjes belangrijk. Ze bieden de militair en het thuisfront de mogelijkheid om een zo volledig mogelijk verhaal te vertellen aan elkaar, zonder belangrijke gebeurtenissen of emoties te vergeten, omdat daar even niet aan gedacht wordt, of omdat die alweer vergeten zijn.


Risicomanagement
In Kamphorst (2010) wordt risicomanagement als volgt gedefinieerd: 
"Alle potentiële, niet geplande gebeurtenissen, die het behalen van ons projectplan in gevaar kunnen brengen. Wat kan ons project laten mislukken? Wat kunnen we doen om dat te voorkomen?" Als groep onderscheiden we een aantal belangrijke risicofactoren, namelijk:
  • Een van ons stopt met het vak of de studie.
  • Een van ons wordt langdurig ziek en kan daardoor weinig tot niets meer bijdragen aan de groepsactiviteiten.
  • De media-aandacht die we genereren keert zich tegen ons of ons goede doel.
  • De mediastrategie die we hanteren leidt niet tot het gewenste effect.
Wat betreft de eerste twee risicofactoren kan gesteld worden dat we met z'n vieren zijn. Wanneer één van ons stopt of om wat voor reden dan ook niets meer kan bijdragen aan het groepsproject kunnen de overgebleven groepsleden die taken oppakken.
Wat we doen als de media-aandacht die we weten te genereren zich tegen ons keert moeten we met name dan bekijken. Gaat het om een reactie die veel aandacht trekt, of is het iets relatief kleins bijvoorbeeld? Waar reageren mensen op? Gaat het om een misverstand? Samengevat: we zullen dan dus moeten kijken om wat voor soort reactie het gaat en aan de hand daarvan bijvoorbeeld reageren met aanvullende informatie over wat we precies willen bereiken, of wat het belang van dit doel is.
Het laatste risico dat we zien is het hebben van een niet-werkende mediastrategie. In dit opzicht zullen we erg alert moeten zijn en continu in de gaten moeten houden of onze mediastrategie wel oplevert wat we willen dat het oplevert. Zodra we merken dat het mis gaat moeten we gaan analyseren op welk punt het dan mis gaat en wat we moeten aanpassen om bijvoorbeeld beter bij ons publiek en onze doelgroep aan te sluiten. We zullen dus gaandeweg moeten blijven reflecteren op ons proces.

Activiteitenplan
In het activiteitenplan worden de deelresultaten en de weg daarnaartoe besproken. Hoe gaan we dit project uitvoeren, is hier de centrale vraag (Kamphorst, 2010).
In de eerste plaats zijn er de tussenstappen die we per college zetten in de richting van ons einddoel. Deze stappen verschaffen ons inzicht in de materie en zorgen ervoor dat we ons kunnen verdiepen in de stof, kunnen brainstormen over nuttige manieren om media in te zetten voor ons doel en hoe we ons zo goed mogelijk daarvoor in kunnen zetten. Kortom: deze tussenstappen zijn cruciaal voor het uiteindelijke einddoel. Zonder een aanloop kan je namelijk ook geen sprong in het diepe wagen. Daarnaast is er de concrete mediastrategie die we gaan uitwerken. Dit vormt de "sprong in het diepe" die wij gaan wagen, omdat een dergelijk strategisch mediagebruik nieuw voor ons is. Dat maakt het zowel een spannend als een leerzaam feit. Daarnaast lanceren we onze actie en daarmee onze mediastrategie bij de kick-off, in de week van 14 april. Daarvoor moet ons plan dus vorm hebben gekregen. Vóór 22 mei moet de overdracht van dit project aan ons goede doel hebben plaatsgevonden en dat is, tezamen met onze reflectie, de laatste stap in dit proces. Dan zal blijken of wij de doelstelling hebben gehaald of niet en waardoor dat is gekomen.

Beheersplan
Een beheersplan omvat alle afspraken rondom tijd, geld, kwaliteit, organisatie en communicatie. Het gaat hier over de middelen waarmee we het project uitvoeren (Kamphorst, 2010).
Wat betreft tijd zijn er twee vaststaande data, namelijk de kick-off en de overdracht. De kick-off vindt plaats in de week van 14 april en de overdracht van dit project aan ons goede doel, Hulp voor Helden, moet plaatsgevonden hebben voor 22 mei.
Met geldzaken hebben we alleen te maken in de zin van hoe we met het opgehaalde geld omgaan, we hebben als groep namelijk geen budget om te besteden. Verwijzen we belangstellenden direct door naar de website van Hulp voor Helden of roepen we zelf tijdelijk iets in het leven om zo de voortgang richting ons doel bij te houden? We hebben ervoor gekozen gebruik te gaan maken van een crowdfunding website. Hiermee kunnen we onze eigen voortgang meten en dat iets in de eerste plaats iets wat we erg belangrijk vinden. Daarnaast vinden we het ook simpelweg leuker om Hulp voor Helden een concreet bedrag te kunnen aanbieden bij de overdracht.
Dan is er nog de kwaliteit. Hierbij is het belangrijk in het achterhoofd te houden dat het proces in deze cursus voorop staat. Niet het einddoel, maar de weg daarnaartoe, of je dat doel nu wel of niet behaalt. Dat houdt in dat al onze stappen een theoretische onderbouwing moeten krijgen en dat we daarnaast ook kritisch mogen zijn op die stof.
Zoals al besproken in onze vorige blog organiseren we onze groep als projectgroep, al heeft dat in het kader van deze cursus ook enige problematische aspecten.
Als laatste aspect is er dan nog de communicatie. Onze interne communicatie verloopt via allerlei kanalen. Als groep zien we elkaar sowieso bij de colleges mediawijsheid, maar daarnaast gebruiken we ook Google docs om te kunnen brainstormen tussen colleges door en onderhouden we contact via Whatsapp. Op die manier kan je elkaar snel op de hoogte stellen van ideeën of initiatieven. Naar buiten toe willen we voor onze communicatie gebruik maken van deze blogs, onze Facebookpagina en ons Twitter account.

Bronvermelding

Kamphorst, M. (2010). Projectmanagement op school. Opgehaald van Blackboard: https://edubb.uvt.nl/bbcswebdav/pid-1189240-dt-content-rid-3417216_1/courses/820134-2014-2015/Project%20Management%20op%20school%281%29.pdf

Tuesday, 24 February 2015

4. (1) Onze groep ingericht als projectgroep

Stap 4 (1): onze groep, een projectgroep
Een 'project' is een veelgebruikt containerbegrip. Veel mensen hanteren een verschillende definitie van een project, of van projectmatig werken (Kamphorst, 2010). Het is daarom nuttig een eenduidige omschrijving te geven van wat wij onder een project verstaan en hoe wij onze groep willen gaan inrichten als projectgroep.

Verschil project en programma
Het woord project is afkomstig uit het Latijn. Het stamt af van het woord 'projectum', wat zoveel betekent als: 'om iets vooruit te gooien'. Zodoende kan je het woord project uitleggen als 'iets dat voor iets anders gebeurt.' Bij een project hou je altijd de blik op de toekomst gericht, op het doel dat je wilt bereiken. Ze komen dan ook voort uit een ambitie, een doel of een wens. Andere kenmerken van een project zijn dat er een concreet eindresultaat voor ogen gehouden wordt, en dat er sprake is van een duidelijk begin- en eindpunt. Daarnaast is er bij een project sprake van een samenspel van activiteiten en opdrachtgevers. De opdrachtgever wil immers dat het project wordt gehaald met verbruik van zo min mogelijk middelen (Kamphorst, 2010). Een aanvulling hierop biedt Grit (2014). Hij stelt namelijk dat een project altijd een tijdelijk werkverband is en dat een project vaak interdisciplinair is. Daarnaast hangt projectmatig werken tussen improvisatie en routine in. Dat heeft alles te maken met de nieuwe aard van het project. Het is nog geen geijkte manier van werken geworden.

Samenvattend kunnen de volgende kenmerken van een project worden opgesomd:
  • er is sprake van een concreet eindresultaat;
  • er is een duidelijk begin- en eindpunt;
  • het project moet worden gerealiseerd binnen bepaalde randvoorwaarden die beperkingen opleggen;
  • er is één opdrachtgever en die heeft zich aan het project verbonden
  • het project is tijdelijk van aard
  • het gaat vaak om een interdisciplinaire manier van werken
  • een project houdt het midden tussen improvisatie en routinematig werken (Kamphorst, 2010; Grit, 2014).
Waar in een project het behalen van één eindresultaat centraal staat is een programma bedoeld om één of meerdere doelen te bereiken. Het gebeurt vaak dat er binnen een organisatie tegelijkertijd meerdere projecten lopen die gezamenlijk als doel hebben om een bepaalde verandering te bewerkstelligen. Wanneer de doelen van die projecten in samenhang zijn geformuleerd is er sprake van wat Kamphorst de 'programma-aanpak' noemt. Binnen zo'n programma worden allerlei activiteiten ontplooid die gezamenlijk richting het doel, de verandering, toe werken. Vanuit één centraal punt wordt ervoor gezorgd dat die verschillende activiteiten met elkaar samenhangen, dat wordt verzorgd door de programmamanager. Simpel gesteld kan een project wel binnen een programma vallen, maar een programma kan nooit onderdeel uitmaken van een project (Kamphorst, 2010).

Wat houdt projectmatig werken in?
Volgens Kamphorst (2010) wordt projectmatig werken gekenmerkt door vier principes:


  • eerst denken, dan doen;
  • resultaatgericht werken;
  • planmatig werken;
  • afspraak is afspraak.




Het gaat bij het werken aan een project uiteraard om een combinatie van deze verschillende principes.

De fases van een project
Wat Kamphorst (2010) daarnaast ook mist is dat er verschillende fases in een project zitten. Je kunt niet zomaar als een ongeleid projectiel aan de slag gaan en maar zien waar je uit komt. Grit (2014) biedt hier dan ook een nuttige aanvulling op, door een aantal fases uiteen te zetten waar je een project in kunt opdelen.
Allereerst is er het initiatief. Dat houdt in dat er een idee wordt bedacht en dat er wordt nagedacht over de haalbaarheid daarvan. De volgende stap is een definitie van het einddoel opstellen. Je denkt na over de wensen en eisen die aan het einddoel mogen worden gesteld. De derde stap die gezet moet worden is het nadenken over de vorm van het project. In welk format ga je het project uitvoeren? Daana ga je aan de slag met het plan van aanpak, waarin je nadenkt over hoe je alles gaat aanpakken en goed kijkt naar een eventueel budgetplan. De vijfde stap is het daadwerkelijk uitvoeren van het project. Je brengt je ideeën dan in de praktijk. Met het uitvoeren van je project ben je er echter nog niet, want na afloop van het project is de laatste stap die je uitvoert een stukje nazorg. Je rondt alles dan netjes af.

De indeling van een groep in een projectgroep
Daarnaast is er nog de concrete indeling van een groep als projectgroep. Je zou kunnen stellen dat dat bij het van Mediawijsheid enigszins problematisch is. In het klassieke schema, zoals uiteengezet door Kamphorst in Projectmanagement op school (2010), is er een opdrachtgever aanwezig, een projectleider en een projectteam. De opdrachtgever wil de resultaten van het project behalen, de projectleider stuurt het team aan en het projectteam voert het project uit.

In het geval van Mediawijsheid zou je kunnen stellen dat je als groep zowel opdrachtgever als projectteam bent en eigenlijk ook een beetje projectleider. In de eerste plaats sturen we onze eigen activiteiten namelijk aan. We maken zelf een plan en bedenken zelf een mediastrategie die we gaan uitvoeren om het door ons gekozen doel te bereiken. Zo hebben we ook zelf ons projectplan opgesteld, normaal een taak voor de projectleider. We hebben zelf ons goede doel benaderd, in plaats van zij ons. Dit is gebeurd in het kader van een collegereeks aan de Universiteit van Tilburg, dus je zou daarmee ofwel dat vak, ofwel onze groep als opdrachtgever kunnen zien, omdat de aanzet van daaruit is gekomen. Als laatste voeren we ook zelf dit project uit, waarmee we dus zelf ook binnen de rol van projectteam vallen.

Dat alles maakt dat deze rollen redelijk met elkaar vervlochten zijn binnen het kader van het vak Mediawijsheid en dat maakt onze opzet als projectgroep dan ook gecompliceerd. Je zou echter wel kunnen stellen dat er desondanks van bovenaf sprake is van enige 'checks and balances', juist omdat het project gebeurt in het kader van een vak aan de Universiteit van Tilburg. Er zijn tussentijdse opdrachten geformuleerd en aan het eind vindt er ook een toetsing met toekenning van een cijfer plaats. Dit zorgt ervoor dat je als groep niet 100% vrij gelaten wordt in je doen en laten, waardoor je zelf ook kritischer wordt op de kwaliteit van het werk dat je aflevert.


Bronvermelding
Grit, R. (2014). Projectmanagement. Groningen: Wolters-Noordhoff.
Kamphorst, M. (2010). Projectmanagement op school. Opgehaald van Blackboard: https://edubb.uvt.nl/bbcswebdav/pid-1189240-dt-content-rid-3417216_1/courses/820134-2014-2015/Project%20Management%20op%20school%281%29.pdf

Sunday, 22 February 2015

Draagvlak voor Defensie en thuisfront

Al vaker hebben we gezegd dat we het belangrijk vinden om meer aandacht te vragen voor het leven van militair en thuisfront. Deze blogpost gaat dan ook niet over onze actie in het bijzonder, maar over het belang van Defensie en aandacht voor het thuisfront dat erachter staat. Daarvoor verwijzen we naar twee verschillende berichten.

Historicus Geerten Waling schreef een week geleden in een gastcolumn voor de Volkskrant over de overdaad aan redenen om de Nederlandse krijgsmacht te versterken. Op Facebook en Twitter ging het snel rond, met name door zijn spraakmakende opmerking "We betalen gemiddeld evenveel voor onze smartphone als voor ons leger". Hij noemt als probleem onder meer het gebrek aan draagvlak voor Defensie. Vanuit het ministerie wordt eraan gewerkt om dit te vergroten door voor meer zichtbaarheid te zorgen via bijvoorbeeld de nieuwe stijl landmachtdagen verspreid door het hele land, in plaats van op één wisselende locatie.
De gebrekkige draagkracht voor Defensie in onze samenleving levert voor het thuisfront ook nog wel eens problemen op. Met name de mensen in de directe omgeving van een militair lopen aan tegen onbegrip en onwetendheid. De vrouw van een militair, die anoniem blogt over haar ervaring als 'thuisfronter', viel het afgelopen jaar op dat partners van militairen soms veel moeite hadden tot goede afspraken te komen met hun werkgever.
"Op het moment dat de vakantie periode doorgegeven moest worden, heb ik aangegeven dat ik dat niet kon omdat ik niet wist wanneer mijn man terug zou komen. Daar kreeg ik in eerste instantie het antwoord op dat ik dan misschien pech had. Dan zakt de wereld even onder je weg... (...) Mijn manager had geen flauw benul hoe ik de dagen doorkwam. Hij had geen flauw idee dat er zo maar iets kon wijzigen in een datum e.d. Hij snapte niet dat bij Defensie door omstandigheden er geen zekerheid gegeven kon worden. Hij wist niet dat ik soms na het werk thuis kwam in een leeg huis en dan kon inklappen. Hij begreep niet waarom ik met dikke ogen op het werk zat omdat er iets was gebeurd in dat verre land."
 Dit zijn slechts twee voorbeelden uit de praktijk van Defensie, thuisfront en de samenleving over het contact tussen de verschillende werelden die het zijn, en vooral de verbeteringen die in dat contact mogelijk zijn, als er meer aandacht en waardering voor komt.
Advertentie voor de nieuwe stijl Landmachtdagen in 2014

Thursday, 12 February 2015

TACTICS-analyse.

Een onderdeel van onze ondersteuning aan het dagboekjes-project van Hulp voor Helden, houdt in dat we een analyse maken volgens het TACTICS-model, zoals dat is bedacht door Rudy van Belkom in zijn boek Het merk voorbij (2014). TACTICS is uiteraard een ezelsbruggetje, dat staat voor Transparent, Authentic, Consistent, Trustworthy, Interactive, Conscious en Service-oriented. Deze punten worden hieronder nader besproken in relatie tot ons goede doel.

Transparent houdt in dat het inzichtelijk is voor buitenstaanders wat er binnen de organisatie speelt. Op dit vlak is er wat ons betreft nog aardig wat te winnen voor Hulp voor Helden. Het is nu bijvoorbeeld wel duidelijk waar ieder project voor dient en wat zij ermee willen bereiken, maar waar het geldbedrag dat opgehaald moet worden om de projecten te realiseren precies in gaat zitten staat bijvoorbeeld niet op de website. Ook de aard van de donaties, bijvoorbeeld de aandelen particuliere bijdragen en de aandelen bijdragen vanuit organisaties, is onbekend. Met name het eerste, waar het opgehaalde geld precies aan besteed wordt, zou meer transparantie creëren. Het is dan voor belangstellenden, potentiële donateurs dus, duidelijker wat er precies met hun geld gaat gebeuren. Bij ons dagboekjesproject willen wij dan ook een overzicht geven van de daadwerkelijke kosten voor productie en uitgave van de dagboekjes en hoeveel militairen en 'thuisfronters' er door bijdrage aan onze actie daadwerkelijk geholpen kunnen worden met een set dagboekjes en een schrijfcassette.

Authentic staat voor de vraag hoe echt, origineel, eerlijk en authentiek iets is. Volgens Joseph Pine en James Gilmore (in: Van Belkom, 2014) twijfelen klanten steeds meer aan de echtheid van wat zij voorgeschoteld krijgen door bedrijven. Onderdeel van onze beleveniseconomie is dat belevenissen gepland en in scène gezet zijn. Zodoende kan er veel winst geboekt worden door organisaties wanneer zij inzetten op hun authenticiteit. Op het gebied van authenticiteit staat Hulp voor Helden al vrij sterk, maar toch zou het nog beter kunnen. 'Waarom is er eigenlijk specifieke hulp nodig voor militairen?', kan een belangstellende bijvoorbeeld denken, 'of: 'militairen kunnen toch ook bij reguliere hulpverlening terecht als het niet goed gaat?' of: 'Defensie pakt het welzijn van de militairen toch op, waarom is er dan een extern goed doel nodig?' Daarom is het van belang dat nog meer naar voren komt op welke gebieden extra hulp nodig is en waarom dit zo is. Ook het unieke karakter van het militaire leven, voor de parate militairen, de 'thuisfronters', en de veteranen, mag nog meer naar voren komen uit de website van Hulp voor Helden. Op die manier kan duidelijk gemaakt worden aan belangstellenden dat het voor mensen met zo'n uniek leven erg prettig is om op een manier geholpen te worden die specifiek bij hen past. Op onze blog en onze social media kanalen willen we dit opvangen door persoonlijke verhalen te plaatsen over de daadwerkelijke ervaringen van militair en thuisfront. Dit onderstreept het belang van de actie. Reacties van mensen die de dagboekjes al eens gebruikt hebben, dragen hier ook aan bij.

Consistent houdt de verschoven machtsverhouding tussen organisaties en consumenten in. Concreet betekent dit dat de tijd van massacommunicatie voorbij is. Organisaties moeten hun communicatie aanpassen aan de mentaliteitsgroep die zij willen bereiken en het model daarvoor consistent toepassen. Er zijn vijf verschillende communicatiemodellen te onderscheiden:

1. Aanbodgerichte communicatie
2. Vraaggestuurde communicatie
3. Vraaggerichte communicatie
4. Peer-to-peer communicatie
5. Apple-to-peer communicatie (Van Belkom, 2014).

Toegepast op Hulp voor Helden kunnen we concluderen dat zij gebruikmaken van aanbodgerichte communicatie. Zij bepalen de inhoud van de website, waardoor ze eventuele input en tips van belangstellenden missen. Wel is het mogelijk om via de website contact met de organisatie op te nemen en zo bijvoorbeeld vragen te stellen. Ons advies zou zijn om juist in te zoomen op die mogelijkheid tot vragen te stellen en te gaan voor een vraaggerichte communicatie, waarbij de organisatie en eventuele donateurs of belangstellenden met elkaar in dialoog kunnen gaan. Dit zorgt ervoor dat waardevolle ideeën van mensen die niet direct betrokken zijn bij de organisatie toch een rol mee kunnen spelen. Ook geeft dit Hulp voor Helden een persoonlijker karakter. Je kunt er immers als je wilt zo mee in contact treden. Dit is goed mogelijk door gebruik te maken van social media en met onze opdracht verkennen wij dit veld voor Hulp voor Helden.

Trustworthy houdt in dat organisaties het vertrouwen van de klanten moeten (terug)winnen. Een gevolg van de economische crisis is namelijk dat de bereidheid om nieuwe aankopen te doen van de Nederlandse consument vrij laag ligt. Dat leidt er dan weer toe dat het voor organisaties steeds moeilijker wordt om het hoofd boven water te blijven houden. In een dergelijke situatie die weinig geruststelling biedt, is het van belang dat consumenten zekerheid wordt aangeboden (Van Belkom, 2014).
Op het vlak van trustworthiness is voor Hulp voor Helden nog veel te winnen, bijvoorbeeld door een jaarnota online te zetten, zodat het voor mensen die belangstelling hebben voor het goede doel inzichtelijk is hoe het precies met hen gaat; of zij niet over de kop dreigen te gaan. Ook valt hieronder een uiteenzetting van waar het gedoneerde geld precies naartoe gaat. Dat geeft een donateur of belangstellende namelijk de zekerheid dat zijn of haar gift goed gebruikt wordt. Voor scepsis over waar het geld uiteindelijk voor gebruikt wordt is dan geen plaats meer.

Interactive houdt in dat organisaties zich in hun interacties met het publiek bewust moeten zijn van hun beoogde doelpubliek. In Het merk voorbij (2014) maakt van Belkom een onderscheid in vier generaties: babyboomers (geboren tussen 1945-1960), generatie x (geboren tussen 1960-1973), generatie y (geboren tussen 1973-1987) en generatie z (geboren tussen 1987-2001). Het mag voor zich spreken dat mensen die behoren tot deze verschillende generaties ook anders met de verschillende beschikbare media omgaan.
Hulp voor Helden is er goed in geslaagd te communiceren met generaties y en z. Ze gebruiken veelal technologische middelen, zoals een website, twitter en de mogelijkheid tot e-mailcontact bij vragen. Door voor deze communicatiemiddelen te kiezen wordt een deel van generatie x misschien vergeten. Dit is immers de generatie die de opkomst van computers heeft meegemaakt en niet iedereen heeft zich daar even goed aan aangepast. Ook worden de babyboomers met deze benadering vergeten. Het zou dan ook het overwegen waard te zijn om naast het gebruik van online media ook offline media te hanteren. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het adverteren in een gratis krant, zoals Metro of Spits, of het actief verspreiden van foldertjes met informatiemateriaal.

Conscious houdt in dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden van materiële naar immateriële waarden en dat die verschuiving ook in de toekomst zal doorzetten. De consument wordt zich er zodoende ook steeds bewuster van dat zij een interne strijd voeren tussen het doen van impulsaankopen en het willen doen van het goede. Deze bewustwording kent drie vormen:
1. 'Zelfbewustwording'
2. Omgevingsbewustwording
3. Mondiale bewustwording (Van Belkom, 2014).

Wat Hulp voor Helden betreft richten zij zich vooral op het omgevingsbewustzijn; de impact die producten hebben op de samenleving. In het geval van Hulp voor Helden is dat de hulp aan militairen, veteranen en 'thuisfronters'. Samen vormen zij een aandeel van de samenleving en hen hulp aanbieden komt de samenleving ten goede. Daarnaast wordt door hen ook ingezet op 'zelfbewustwording'. Het is immers een goede daad om te schenken aan een goed doel, iets waar de consument zich goed over kan voelen, trots zelfs. Het stukje mondiale bewustwording zou nog sterker kunnen bij Hulp voor Helden. Hierbij gaat het om (negatieve) effecten die de organisatie heeft op het milieu. Nu is Hulp voor Helden natuurlijk een lokale organisatie, maar zij kunnen wel aan belangstellenden laten zien wat hun eventuele impact is op de planeet en hoe zij deze zo klein mogelijk willen houden.

Service-oriented houdt in dat de consument steeds meer het heft in eigen handen neemt. Dat is een verandering ten opzichte van het verleden, waarin garantie, voordeel en klantcontact juist de belangrijkste plekken innamen. Consumenten zijn tegenwoordig steeds kritischer en verwachten een hoog service-niveau van bedrijven. Consumenten willen snel, vriendelijk en correct geholpen worden. Meerdere keren contact op moeten nemen met een bedrijf wordt bijvoorbeeld al als erg negatief ervaren.
Op dit aspect doet Hulp voor Helden het erg goed. Op de website is snel toegang te verkrijgen tot een contactformulier, waarmee iemand snel contact op kan nemen met de organisatie als ze ergens vragen over hebben. Onze eigen ervaring is dat ze erg snel reageren op mailtjes en ook telefonisch goed benaderbaar zijn.

Concluderend kan dus gesteld worden dat Hulp voor Helden een aantal aspecten in zich heeft die al erg sterk zijn, maar dat er nog ruimte is tot verbetering, bijvoorbeeld in het benaderen van de verschillende generaties die binnen onze samenleving functioneren. Natuurlijk is dit nog maar een voorlopige benadering. Aan de hand van informatie die we nog van de organisatie krijgen over bijvoorbeeld financiële aspecten kan onze analyse nog aangepast of uitgebreid worden.

Edit: Inmiddels weten we dat de website van Hulp voor Helden nog in constructie is en dat we deze derhalve op een later moment opnieuw moeten analyseren voor een compleet beeld. We hebben onze voorlopige analyse wel doorgestuurd naar de organisatie in de hoop dat zij hier misschien gebruik van kunnen maken bij het verder ontwikkelen van hun website.

Bronvermelding

Van Belkom, R. (2014). Het merk voorbij. Handboek voor identiteit en imago. Bussum: Coutinho 

Tuesday, 10 February 2015

Druk, druk, druk!

In deze beginnende fase van ons project is er veel te doen voor ons. We zijn druk bezig met het uitwerken van onze strategie en proberen op verschillende manieren mensen te bereiken. Onder meer hopen we op die manier meer ideeën te krijgen om ons project te kunnen verbeteren. Niet alle kleine ontwikkelingen kunnen een plaatsje krijgen binnen onze blog, maar wie toch op de hoogte wil blijven van alles waar we verder zoal mee bezig zijn, kan ons volgen op Twitter @Dagboek4Helden

Daarnaast is gisteren onze Facebookpagina online gegaan. Hierop zijn wat grotere berichten te plaatsen dan op Twitter, dus is daar ook meer ruimte voor uitleg (al zijn vragen en reacties op de blog zelf ook altijd mogelijk natuurlijk!). Naast het feit dat we sommige mensen alleen op Twitter en andere alleen op Facebook zullen bereiken, is er dus ook nog wel verschil tussen beide media. Uiteraard houden we iedereen op al onze platforms op de hoogte van nieuwe blogposts, maar waar we Twitter gebruiken voor korte updates tussendoor, zullen we op Facebook uitgebreider vragen stellen aan onze volgers.

We hopen dat de combinatie van verschillende online media een groter publiek aantrekt en meer feedback oplevert. En let op: stel vooral vragen als iets je onduidelijk of onlogisch lijkt! We zijn je alleen maar dankbaar. Je bent niet betweterig als je ons op fouten wijst. Je bent gewoon behulpzaam.


Monday, 9 February 2015

Presentatie 1: onze eerste opzet en feedback

Vanmiddag hebben Margaret en Eva de eerste opzet van ons project gepresenteerd aan de overige cursisten van Mediawijsheid. In de presentatie werd duidelijk gemaakt dat we het dagboekproject van Hulp voor Helden willen steunen en daarvoor €6.200,- willen ophalen. Ook hebben we in het kort de ideeën voor onze strategie behandeld.

Feedback
We kregen een boel feedback op onze presentatie, waar we veel aan hebben gehad.

Er werd ons voorgesteld om te kijken naar de €3.800,- die al opgehaald is voor dit project. Waar komt dit geld vandaan? En hoe heeft Hulp voor Helden dit geldbedrag opgehaald? Ook moeten we kijken waaraan het uiteindelijke bedrag van €10.000,- zal worden besteed. Het is van belang om inzicht te hebben in de uitgaven, ook voor de betrouwbaarheid van het project. Hiervoor hebben we contact opgenomen met Hulp voor Helden, evenals om goed uit te kunnen leggen wat het belang is van het dagboekjesproject. We moeten het publiek kunnen vertellen wat voor bijdrage het project zal leveren, niet enkel dat er dagboekjes zullen worden verstrekt aan de militairen en het thuisfront.

Voor de promotie van het project is het goed om een concreet voorbeeld te geven van een militair en zijn of haar thuisfront die aan het project hebben deelgenomen. Hoeveel profijt hebben zij gehad aan dit project? Ervaringen van militairen en 'thuisfronters' over (het gebrek aan) communicatie na een missie maakt de problematiek duidelijker voor mensen die hier geen ervaring mee hebben. Hierdoor kan de noodzaak van de dagboekjes en het project eromheen extra benadrukt worden.

Ten slotte is het van belang om de doelgroep te bepalen bij het opstellen van de strategie. Door de promotie te richten op de juiste doelgroep, zal er meer succes worden bereikt. We moeten uitzoeken of we het beste enkel digitale media, offline media of een combinatie van beide kunnen gebruiken bij het bereiken van ons doel. Dit is uiteraard ook afhankelijk van onze doelgroep. Omdat het hier een landelijk actief project betreft, hoeven we ons niet te beperken tot slechts lokale middelen, waardoor we heel veel opties hebben met betrekking tot mediagebruik.

We zullen onze tijd nu vooral steken in het verwerken van de feedback. Meer tips zijn altijd welkom!

Sunday, 8 February 2015

3. Mensen bereiken èn aanspreken

Stap 3: een strategie opzetten
In grote lijnen bestaat onze strategie er uit om mensen te informeren over het belang van de dagboekjes via verschillende media, zowel online als offline. Met name de groep thuisblijvers is op bepaalde media als Facebook, Twitter en blogs al actief en is via deze kanalen goed te bereiken. Andere mogelijke geïnteresseerden, zoals medewerkers van Defensie en eigenlijk iedereen die interesse in Defensie toont, hopen we te kunnen opsporen en benaderen via sociale media om hen ook op het belang te wijzen van contact tussen militair en thuisfront. We hopen vervolgens op deze manier iedereen die het belang van de dagboekjes inziet ook aan te sporen om te doneren.
 
We weten nu dat onze doelgroep eigenlijk heel breed is. We hebben een doel dat door heel Nederland actief is en we willen zowel de mensen bereiken die interesse zullen hebben in de dagboekjes door hun eigen situatie, als mensen die het project niet voor zichzelf nodig hebben, maar die we hopelijk kunnen overtuigen van het belang om dit doel toch te steunen. We verwachten vanwege deze grote doelgroep vooral veel gebruik te maken van digitale media, omdat hiermee veel mensen bereikt kunnen worden ongeacht de afstand die ertussen ligt. Bovendien kost het relatief weinig tijd om op deze manier met mensen in contact te komen en dat is voordelig gezien het tijdsplan dat er ligt.  
"Het wordt door sociale media niet alleen makkelijker om in contact te komen met mensen, het wordt ook steeds makkelijker om de diverse netwerken aan elkaar te koppelen" (Roemen & Koerts, 2011, p. 31).
Daarnaast weten we dat de digitale omgeving veel gebruikt wordt door het thuisfront omdat zo contact te leggen valt met mensen in dezelfde situatie. Er zijn onder andere verschillende partners van militairen die bloggen over hun ervaringen als thuisfront, zowel tijdens uitzending als wanneer hun partner in Nederland is. We hopen via deze contacten ons project te delen en zo veel 'thuisfronters' te bereiken. Ook willen we proberen, wanneer onze plannen wat concreter gevormd zijn, contact op te nemen met belangrijke mensen binnen Defensie, zoals Commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp en Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert. Zij maken frequent gebruik van social media om met hun achterban te delen wat zij belangrijk vinden. We hopen dat ze ons project wat aandacht kunnen geven, of misschien tips hebben voor het beter bereiken en aanspreken van onze doelgroep.

Om mensen die niet binnen dit digitale netwerk te vallen ook te betrekken bij onze actie, overwegen we een artikel in te sturen naar enkele lokale en nationale kranten. Onder andere de Metro, omdat dit een gratis krant is die door veel reizigers zonder krantenabonnement gelezen wordt, en de Telegraaf, omdat deze krant zich vaker inzet voor meer aandacht en waardering voor militair, veteraan en thuisfront. Deze laatste krant had afgelopen december zelfs een uitgebreide extra bijlage geheel gewijd aan Defensie en gerelateerde onderwerpen.

We vinden het belangrijk om meer aandacht te vragen voor het leven van thuisfront en veteraan na de missie.  Daarom willen we onze blog niet alleen gebruiken voor het bijhouden van het verloop van ons proces. Tussendoor willen we extra posts plaatsen met uitleg voor mensen die niet precies weten waar mensen na een missie zoal tegenaan lopen. Hiervoor hopen we verschillende dingen te kunnen gebruiken, zoals feitjes over wat wel en niet kan door allerlei regels en praktische restricties, en praktijkervaringen met (de problemen van) communicatie tijdens en na de missie.

Deze strategie ligt niet vast, maar werken wij steeds bij gedurende onze voorbereiding op de aftrap van de actie rond 14 april. Alle commentaar, tips en vragen die hierbij opkomen zijn dan ook meer dan welkom, zodat we ze kunnen gebruiken onze strategie te verbeteren.

Bronvermelding
Roemen, N. & Koerts, F. (2011). Durftevragen. Nederland, Zaltbommel: Haystack.